Home Artikelen Biologie Ontwerp in de Biologie De aërodynamische perfectie van vleermuizen
De aërodynamische perfectie van vleermuizen PDF Afdrukken E-mail

Het gefladder van vleermuizen in de avondschemering lijkt misschien een beetje knullig, maar volgens een persbericht van Brown University (mooie plaatjes en filmpjes in deze link) zijn hun flexibele vleugels beter geschikt voor het vliegen dan die van vogels en insecten, die hun vleugels alleen maar kunnen vouwen en roteren. Ze geven het beestje een veel betere opwaartse druk en ze kunnen beter manoeuvreren. De onderzoekers bestuderen het verschil tussen vleermuisvleugels en die van insecten en vogels. Ze hebben ontdekt dat vleermuizen "unieke vermogens bezitten" en dat er "een nieuw soort mechanisme aan het werk is die de 'lift' genereert". Die unieke vermogens zijn onder andere: ver uitstekende botten, meer dan 24 verschillende gewrichten en flexibele membranen. Door videobeelden van vleermuizen te bekijken die door een soort mist vliegen, konden de wetenschappers de mechanismen bestuderen. Het oppervlak van de vleugels kan veel meer buigen dan bij vogels, waardoor ze bij de neergaande slag meer opwaartse druk kunnen genereren. Wanneer ze hun vleugels omhoog bewegen, houden ze hun vleugels veel dichter tegen hun lichaam dan andere vliegende dieren, waardoor ze veel minder weerstand hebben. Door de buitengewone flexibiliteit van de vleugels kunnen ze 180 graden draaien binnen een straal van een halve spanwijdte.
    De onderzoekers waagden zich ook aan een verklaring voor hoe het vliegen van de vleermuis zou zijn ontstaan. Zouden de vleugels van vleermuizen zich kunnen hebben ontwikkeld vanuit zwevende zoogdieren, zoals vliegende eekhoorns? Volgens Sharon Swartz is het "altijd aangenomen dat vleermuizen geëvolueerd zijn uit een soort vliegende eekhoornachtige dieren. Zweven is in zoogdieren zeven keer geëvolueerd. Dat zegt ons dat het voor een dier met huid heel makkelijk is om te evolueren in een zwever, maar het overgaan van een rechthoekige zweefvleugel naar een lange, dunne, slaande vleugel is niet zeven keer gebeurd. Het is misschien één keer gebeurd. En nu lijkt het erop dat er helemaal geen relatie is tussen vleermuizen en die zwevende dingen.
Dit werk werd gepubliceerd in Bioinspiration and Biomimetics.

Het onderzoek naar dit prachtige ontwerp was erg leerzaam, maar die evolutionistische speculatie was nutteloos. Het enige nut zou kunnen zijn dat nu duidelijk is geworden dat vleermuizen niet zijn geëvolueerd uit zwevers, ondanks dat het "altijd zo is aangenomen". Omdat er zeven verschillende soorten van zweven of vliegen zijn, moeten we dan ook maar aannemen dat het zeven keer is geëvolueerd? Het is al onmogelijk om een chemisch proces te bedenken waarbij slechts één cel spontaan ontstaat en dan moeten we maar geloven dat volledig ontwikkelde, complexe, zelfstandig vliegende machines, met een eigen navigatiesysteem, maximale aërodynamische capaciteiten en ongeëvenaarde efficiëntie, "zeven keer zijn geëvolueerd"? Niet zo moeilijk om hier de larie te detecteren. Wij hebben liever wat minder aannames en meer videomateriaal van deze prachtige schepsels.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website SchepperenZoon. Voor het originele artikel zie de onderstaande link:

http://www.schepperenzoon.nl/archief0701.html#070120