Home Artikelen Biologie Ontwerp in de Biologie Motinstrumentarium beter dan gedacht
Motinstrumentarium beter dan gedacht PDF Afdrukken E-mail

"Bij vliegende insecten zijn verfijnde zintuiglijke vermogens geëvolueerd..." Zo begint een Darwingetrouw artikel in Science van 9 februari, waarin de bijzondere werking van de antennes van motten beschreven wordt (zie ook dit artikel). En het gaat verder met een beschrijving van de prachtig ontworpen zintuiglijke vermogens. Het blijkt dat de motten bij het vliegen gebruik maken van een gyroscoop. In vliegtuigen wordt een gyroscoop gebruikt om recht te blijven vliegen. Als je wel eens zo'n test gedaan hebt met een draaiend wiel wat je aan twee kanten vasthoudt aan de as, dan weet je hoe het werkt. Wanneer je het draaiende wiel probeert heen en weer te bewegen, voel je weerstand. Die weerstand vertelt je dus dat je aan het draaien bent, maar ook in welke richting je draait. De mot doet ongeveer hetzelfde met zijn antennes, die continu in beweging zijn. Men wist al dat de mot met deze antennes kan ruiken, maar men dacht dat de antennes bij het vliegen alleen maar gebruikt werden voor het voelen van de luchtstroom. De onderzoeker haalde (hoe wreed kunnen onderzoekers zijn?) de antennes eraf en observeerde hoe het beestje zijn balans totaal kwijt was en overal tegenaan botste, achteruit begon te vliegen en zelfs ondersteboven. Toen de antennes weer met superlijm werden bevestigd, werd het vluchtpatroon weer normaal. Motten hebben kleine orgaantjes die deze bewegingen meten. Een beweging over de lengte van één molecuul kan al gedetecteerd worden! Wat ze meten wordt ook wel het corioliseffect genoemd. Vliegen gebruiken voor de balans twee speciale vleugels die een vergelijkbare functie hebben. Insecten die dit mechanisme niet bezitten, zoals libellen, maken bij het vliegen gebruik van visuele informatie om op koers te blijven.

Het lijkt wel alsof evolutionisten een soort mantra opdreunen zodra ze weer iets ontdekt hebben wat complexer en ingenieuzer blijkt te zijn dan ze eerst dachten: "...het is zo geëvolueerd," zeggen ze dan. Alsof er niet eens meer bij nagedacht hoeft te worden. Het is er nou eenmaal, dus het moet wel geëvolueerd zijn. Het lijkt voor veel wetenschappers erg moeilijk te zijn om deze gedachte los te laten. Proberen te verklaren hoe het ontstaan is, wordt allang niet meer gedaan. Daar is het allemaal veel te ingewikkeld voor. Men neemt gewoon aan dat het geëvolueerd is. Geef het maar genoeg tijd - een paar miljard jaar of zo - dan is alles mogelijk. Voor Darwin, vandaag precies 198 jaar geleden geboren, was zelfs de meest ingewikkelde cel niet meer dan een ondefinieerbaar klein dingetje; meer kon hij er niet van maken. Als dat werkelijk het geval zou zijn, is het misschien nog te rechtvaardigen dat je gelooft in een spontaan ontstaan van leven over een hele lange tijd. Maar nu, bijna 150 jaar na het uitkomen van zijn inmiddels wereldberoemde boek, zijn we erachter gekomen dat de meest eenvoudige cel ingewikkelder is dan de meest complexe fabriek. En iedere keer wordt er meer ontdekt waarover onderzoekers zich verbazen. Die verbazing en bewondering klinkt toch in ieder nieuw artikel door, en terecht, of de onderzoeker nou gelooft in evolutie of in een ontwerper. Het geloof in een Schepper ligt echter steeds meer voor de hand, naarmate de complexiteit van het leven wordt bestudeerd.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website SchepperenZoon. Voor het originele artikel zie de onderstaande link:

http://www.schepperenzoon.nl/archief0702.html#070212