Enquête
Laatste Artikelen
- Jonge-aarde-scheppingsmodel: Een recente ontwikkeling?
- Ark Encounter Project van Answers in Genesis
- Conferentie ‘Exploring the World’ (1)
- Prof. Dr. Frans van Lunteren over Galilei
- Conferentie 'Exploring the World'
- Zeldzaam fossiel vliegende dinosauriër gevonden
- Kamer Herodes in theater blootgelegd
- Vliegende dino deed aan polsstokspringen
- Boekrecensie van Het grote ontwerp
- Boekrecensie van Nieuw atheïsme
Doneren
| Anomalie VII - Wanneer werd de Heiland geboren? |
|
|
|
|
Het internet verschaft ongeveer 650.000 verwijzingen naar studies betreffende het geboortejaar van Jezus Christus. De aangeboden jaartallen lopen uiteen van 7 BC tot 6 AD. In KRONOS hoofdstuk 2 toonde ik aan dat het jaar -5 v. Chr. het geboorte jaar van Christus was. Lucas 1:5 Er was in de dagen van Herodes, de koning van Judea, een priester, genaamd Zacharias, behorende tot de afdeling van Abia, en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron en haar naam was Elisabet. 6 Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk. 7 En zij waren kinderloos, omdat Elisabet onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen. Zacharia behoorde tot de Levitische priesterafdeling van Abia, noteerde Lucas met oog voor detail wanneer hij zijn evangelie neerschreef. De verschillende priesterafdelingen voor de dienst in het Heiligdom vinden we in I kronieken vermeldt: I Kronieken 24:1 De afdelingen der zonen van Aäron. De zonen van Aäron waren Nadab, Abihu, Eleazar en Itamar. 2 Nadab en Abihu stierven nog vóór hun vader, zonder zonen te hebben, zodat Eleazar en Itamar het priesterambt bekleedden. Er waren aldus 24 groepen die dienst in de tempel deden en Abia, de voorvader van Zacharias, behoorde tot de 8ste groep. Een dienstdoende groep deed dit voor een periode van zeven dagen. I Kronieken 9 maakt dit duidelijk: I Kronieken 9:17 En de poortwachters: Sallum, Akkub, Talmon en Achiman. Hun broeder Sallum was het hoofd, 18 nog heeft hij zijn plaats bij de Koningspoort aan de oostzijde. Zij waren poortwachters bij de legerplaatsen der Levieten. 19 Sallum, de zoon van Kore, de zoon van Ebjasaf, de zoon van Korach, en zijn broeders, uit zijn familie, de Korachieten, hadden in het dienstwerk de taak van dorpelwachters bij de tent. Hun vaderen waren immers bij de legerplaats des HEREN bewakers van de ingang geweest; 20 eertijds had Pinechas, de vorst, de zoon van Eleazar, de leiding over hen gehad; de HERE zij met hem! 21 Zekarja, de zoon van Meselemja, was poortwachter bij de ingang van de tent der samenkomst. 22 Het gehele getal van hen die uitgekozen waren tot poortwachters bij de dorpels, was tweehonderd twaalf. In hun dorpen zijn zij in het register opgenomen; David en Samuël, de ziener, hadden hen in hun ambt gesteld. 23 Zij en hun zonen hielden tot bewaking toezicht op de poorten van het huis des HEREN, de tentwoning. 24 Naar de vier windstreken waren de poortwachters opgesteld: naar het oosten, het westen, het noorden en het zuiden. 25 En hun broeders, in hun dorpen, moesten op bepaalde tijden voor zeven dagen met hen dienst doen, 26 want in dit ambt waren zij de vier voornaamste poortwachters; zij waren Levieten. Zacharias deed aldus dienst in een cyclus van 24 groepen van sabbat tot sabbat iedere keer dus voor een periode van 7 dagen. Een groep deed aldus tweemaal dienst in de tempel in een religieus jaar van 360 dagen. De extra vijf dagen met onze huidige jaarrekening levert geen probleem voor het berekenen van de periode dat Zacharias dienst deed op. Er waren drie Joodse Weekfeesten, wanneer alle groepen Levieten gezamenlijk dienst deden en dit verduidelijkt het berekenen wanneer juist Zacharias in de tempel was bij de verschijning van de engel des HEREN. Deuterenomium 16: 16 Driemaal per jaar zal ieder die onder u van het mannelijke geslacht is, voor het aangezicht van de HERE, uw God, verschijnen op de plaats die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde broden, op het feest der weken en op het loofhuttenfeest. Drie maal per jaar deden aldus alle 24 groepen van Levieten iedere keer gedurende zeven dagen gezamenlijk dienst. Vanuit Lucas 1 kunnen we besluiten dat de ontmoeting van Zacharias met de engel in het Heilige der heiligen niet op een van de drie vermelde feesten gebeurde want er staat geschreven, dat het gebeurde in de beurt zijner afdeling. In de week van de ongezuurde broden moest op de dag na de sabbat, op zondag dus, de eerstelingsgarve aan God worden gegeven. De aanvang van het jaar werd aldus ingesteld zodat het begin van de gersteoogst samenviel met het feest van de ongezuurde broden ten einde dit offer aan God te kunnen brengen. De Joodse feesten volgden aldus jaarlijks het natuurlijke patroon van de zaai en oogstcyclus. Lucas 1: 8 En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor God verrichtte in de beurt zijner afdeling, 9 dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel des Heren binnen te gaan en het reukoffer te brengen. 10 En de gehele volksmenigte was buiten in gebed op het uur van het reukoffer. 11 En hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar. 12 En Zacharias ontroerde bij dat gezicht, en vrees beving hem. 13 Maar de engel zeide tot hem: Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes geven. 14 En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. 15 Want hij zal groot zijn voor de Here en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot zijner moeder aan, 16 en velen der kinderen Israëls zal hij bekeren tot de Here, hun God. 17 En hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om de harten der vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Here een weltoegerust volk te bereiden. 18 En Zacharias zeide tot de engel: Waaraan zal ik dit weten? Want ik ben een oud man en mijn vrouw is op hoge leeftijd gekomen. 19 En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze blijmare te verkondigen. 20 En zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken, tot de dag toe, dat deze dingen geschieden, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die op hun tijd in vervulling zullen gaan. 21 En het volk stond op Zacharias te wachten en zij verwonderden zich, dat hij zo lang in de tempel vertoefde. 22 Toen hij dan naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken en zij begrepen, dat hij in de tempel een gezicht gezien had. En hij wenkte hun toe en bleef stom. 23 En het geschiedde, toen de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij vertrok naar zijn huis. 24 Na die dagen werd Elisabet, zijn vrouw, zwanger, en zij verborg zich vijf maanden, want, zeide zij: 25 Aldus heeft de Here aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij nederzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen. De cyclusdienst van 24 weken schoof iedere keer een week op na een feest waar alle groepen van dienst waren. De dienst van de groep Abia met het nummer acht schoof dus ook één week op en aldus deed Zacharias dienst in de 9de week van het Joodse religieuze jaar. Dat was de tweede week van de maand Sivan.
Elisabeth, de vrouw van de Levitische priester, van de groep van Abia, Zacharias, werd kort daarna zwanger. Zoals het Schriftwoord zegt: Na die dagen werd Elisabeth, zijn vrouw, zwanger. De conceptie vond plaats in de derde week van de maand Sivan waarop Elisabeth zich vijf maanden verborgen hield. In de zesde maand kreeg Maria, uit het huis van David, bezoek van de engel Gabriël: Lucas 1: 26 In de zesde maand nu werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazaret, 27 tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Jozef, uit het huis van David, en de naam der maagd was Maria. 28 En toen hij bij haar binnengekomen was, zeide hij: Wees gegroet, gij begenadigde, de Here is met u. 29 Zij ontroerde bij dat woord en overlegde, welke de betekenis van die groet mocht zijn. 30 En de engel zeide tot haar: Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. 31 En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. 32 Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, 33 en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen. 34 En Maria zeide tot de engel: Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb? 35 En de engel antwoordde en zeide tot haar: De heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden. 36 En zie, Elisabet, uw verwante, is eveneens zwanger van een zoon in haar ouderdom en dit is reeds de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar heette. 37 Want geen woord, dat van God komt, zal krachteloos wezen. 38 En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen.
De verwekking van Jezus gebeurde in de maand Marheshvan. Wanneer we nu negen maanden vanaf Marheshvan rekenen, arriveren we in de maand Ab voor de geboorte van de Heiland, of juli/augustus volgens de Romeinse maandtelling. Bijbels gezien werd Jezus tijdens de zomer geboren en niet in de winter volgens de Roomse traditie. De herders waren trouwens met hun schapen nog buiten op het veld wat in de winter ook in Israël hoogteonwaarschijnlijk is. Voetnoot: "Mijn Heiland, mijn Verlosser". Maria prijst haar Verlosser en maakt hiermee duidelijk dat ook zij zoals iedere andere sterveling nood aan verlossing heeft. De woorden van Maria ontkrachten de Rooms-katholieke leer der onbevlekte ontvangenis. Dit artikel is met toestemming overgenomen van Robert de Telder. Voor het originele artikel zie de onderstaande link: |




