Home Artikelen Geschiedenis Model van Robert de Telder Anomalie VII - Wanneer werd de Heiland geboren?
Anomalie VII - Wanneer werd de Heiland geboren? PDF Afdrukken E-mail

Het internet verschaft ongeveer 650.000 verwijzingen naar studies betreffende het geboortejaar van Jezus Christus. De aangeboden jaartallen lopen uiteen van 7 BC tot 6 AD. In KRONOS hoofdstuk 2 toonde ik aan dat het jaar -5 v. Chr. het geboorte jaar van Christus was.
Een ding hebben de meeste internetonderzoekers gemeen en dat is dat de geboorte van Jezus Christus niet op 25 december in het jaar ‘0’ plaatsvond. Dit laatste jaar bestaat op de tijdsbalk overigens niet, en 25 december hangt samen met het heidense Sol Invictus, de onoverwinnelijke zon, een feest dat de Roomse Kerk voor opportune redenen verkoos boven een beetje Bijbelstudie. Maar ook de reformatie van de 16de eeuw liet de geboorte van Christus op 25 december met rust. Daarbij moet ik opmerken dat nergens in het Nieuwe Testament blijkt dat de eerste christenen de geboorte van de Heiland herdachten. Uitsluitend zijn lijden, sterven en opstanding krijgt alle aandacht en wordt herdacht iedere keer bij het breken van het Brood. Maar we zijn nu eenmaal Westerse christenen en het geboortejaar en de geboortemaand dient ingevuld te worden. Onze seculiere omgeving heeft voor niets minder respect dan wanneer iets empirisch onderzocht wordt en juist bevonden. De sleutel tot de correcte maand zit in de Israëlitische priesterorde en tempeldienst zoals het in het Oude Testament verordineerd was.

Lucas 1:5 Er was in de dagen van Herodes, de koning van Judea, een priester, genaamd Zacharias, behorende tot de afdeling van Abia, en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron en haar naam was Elisabet. 6 Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk. 7 En zij waren kinderloos, omdat Elisabet onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen.

Zacharia behoorde tot de Levitische priesterafdeling van Abia, noteerde Lucas met oog voor detail wanneer hij zijn evangelie neerschreef. De verschillende priesterafdelingen voor de dienst in het Heiligdom vinden we in I kronieken vermeldt:

I Kronieken 24:1 De afdelingen der zonen van Aäron. De zonen van Aäron waren Nadab, Abihu, Eleazar en Itamar. 2 Nadab en Abihu stierven nog vóór hun vader, zonder zonen te hebben, zodat Eleazar en Itamar het priesterambt bekleedden.
3 David, Sadok – uit de zonen van Eleazar – en Achimelek – uit de zonen van Itamar – verdeelden hen voor hun ambtswerk in dienstgroepen. 4 Toen bleek het, dat de zonen van Eleazar meer groepshoofden hadden dan de zonen van Itamar; daarom deelde men hen aldus in: zestien hoofden voor de families van de zonen van Eleazar, en acht voor de families van de zonen van Itamar. 5 Men deelde hen in bij loting, de ene groep zowel als de andere, omdat er oversten van het heiligdom – oversten Gods – zowel onder de zonen van Eleazar als onder de zonen van Itamar waren.
6 En Semaja, de zoon van Netanel, de schrijver, die tot de Levieten behoorde, schreef hen in ten overstaan van de koning, de oversten, de priester Sadok, Achimelek – de zoon van Abjatar – en van de familiehoofden der priesters en der Levieten; telkens werd één familie van Eleazar genomen, en dan ook één van Itamar.
7 Het eerste lot nu viel op Jojarib, het tweede op Jedaja, 8 het derde op Charim, het vierde op Seorim, 9 het vijfde op Malkia, het zesde op Miamin, 10 het zevende op Hakkos, het achtste op Abia, 11 het negende op Jesua, het tiende op Sekanja, 12 het elfde op Eljasib, het twaalfde op Jakim, 13 het dertiende op Chuppa, het veertiende op Jesebab, 14 het vijftiende op Bilga, het zestiende op Immer, 15 het zeventiende op Chezir, het achttiende op Happisses, 16 het negentiende op Petachja, het twintigste op Jechezkel, 17 het eenentwintigste op Jakin, het tweeëntwintigste op Gamul, 18 het drieëntwintigste op Delaja, het vierentwintigste op Maäzja. 19 Dit zijn hun dienstgroepen voor hun ambtswerk, opdat zij het huis des HEREN zouden binnengaan volgens de verordeningen, hun gegeven door hun vader Aäron, naar hetgeen de HERE, de God van Israël, hem geboden had.

Er waren aldus 24 groepen die dienst in de tempel deden en Abia, de voorvader van Zacharias, behoorde tot de 8ste groep. Een dienstdoende groep deed dit voor een periode van zeven dagen. I Kronieken 9 maakt dit duidelijk:

I Kronieken 9:17 En de poortwachters: Sallum, Akkub, Talmon en Achiman. Hun broeder Sallum was het hoofd, 18 nog heeft hij zijn plaats bij de Koningspoort aan de oostzijde. Zij waren poortwachters bij de legerplaatsen der Levieten. 19 Sallum, de zoon van Kore, de zoon van Ebjasaf, de zoon van Korach, en zijn broeders, uit zijn familie, de Korachieten, hadden in het dienstwerk de taak van dorpelwachters bij de tent. Hun vaderen waren immers bij de legerplaats des HEREN bewakers van de ingang geweest; 20 eertijds had Pinechas, de vorst, de zoon van Eleazar, de leiding over hen gehad; de HERE zij met hem! 21 Zekarja, de zoon van Meselemja, was poortwachter bij de ingang van de tent der samenkomst. 22 Het gehele getal van hen die uitgekozen waren tot poortwachters bij de dorpels, was tweehonderd twaalf. In hun dorpen zijn zij in het register opgenomen; David en Samuël, de ziener, hadden hen in hun ambt gesteld. 23 Zij en hun zonen hielden tot bewaking toezicht op de poorten van het huis des HEREN, de tentwoning. 24 Naar de vier windstreken waren de poortwachters opgesteld: naar het oosten, het westen, het noorden en het zuiden. 25 En hun broeders, in hun dorpen, moesten op bepaalde tijden voor zeven dagen met hen dienst doen, 26 want in dit ambt waren zij de vier voornaamste poortwachters; zij waren Levieten.

Zacharias deed aldus dienst in een cyclus van 24 groepen van sabbat tot sabbat iedere keer dus voor een periode van 7 dagen. Een groep deed aldus tweemaal dienst in de tempel in een religieus jaar van 360 dagen. De extra vijf dagen met onze huidige jaarrekening levert geen probleem voor het berekenen van de periode dat Zacharias dienst deed op. Er waren drie Joodse Weekfeesten, wanneer alle groepen Levieten gezamenlijk dienst deden en dit verduidelijkt het berekenen wanneer juist Zacharias in de tempel was bij de verschijning van de engel des HEREN.

Deuterenomium 16: 16 Driemaal per jaar zal ieder die onder u van het mannelijke geslacht is, voor het aangezicht van de HERE, uw God, verschijnen op de plaats die Hij verkiezen zal: op het feest der ongezuurde broden, op het feest der weken en op het loofhuttenfeest.

Drie maal per jaar deden aldus alle 24 groepen van Levieten iedere keer gedurende zeven dagen gezamenlijk dienst. Vanuit Lucas 1 kunnen we besluiten dat de ontmoeting van Zacharias met de engel in het Heilige der heiligen niet op een van de drie vermelde feesten gebeurde want er staat geschreven, dat het gebeurde in de beurt zijner afdeling.
Ook wil ik opmerken dat een Bijbels jaar heel praktisch rond de verschillende seizoenen draaide, de verschillende periodes van zaaien, ploegen, groeien en oogsten. De eerste maand van het Joodse religieuze jaar was de maand Nisan, dat leert het Bijbelboek Leviticus:
Leviticus 23: 4 Dit zijn de feesttijden des HEREN, heilige samenkomsten, die gij uitroepen zult op de daarvoor bepaalde tijd. 5 In de eerste maand, op de veertiende der maand, in de avondschemering, is het pascha voor de HERE. 6 En op de vijftiende dag van deze maand is het feest der ongezuurde broden voor de HERE, zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten. 7 Op de eerste dag zult gij een heilige samenkomst hebben; dan zult gij generlei slaafse arbeid verrichten. 8 Gij zult de HERE een vuuroffer brengen gedurende zeven dagen; op de zevende dag zal er een heilige samenkomst zijn; generlei slaafse arbeid zult gij verrichten. 9 En de HERE sprak tot Mozes: 10 Spreek tot de Israëlieten en zeg tot hen: Wanneer gij komt in het land dat Ik u geef, en de oogst daarvan binnenhaalt, dan zult gij de eerstelingsgarve van uw oogst naar de priester brengen, 11 en hij zal de garve voor het aangezicht des HEREN bewegen, opdat gij welgevallig zijt; daags na de sabbat zal de priester die bewegen.

In de week van de ongezuurde broden moest op de dag na de sabbat, op zondag dus, de eerstelingsgarve aan God worden gegeven. De aanvang van het jaar werd aldus ingesteld zodat het begin van de gersteoogst samenviel met het feest van de ongezuurde broden ten einde dit offer aan God te kunnen brengen. De Joodse feesten volgden aldus jaarlijks het natuurlijke patroon van de zaai en oogstcyclus.

Lucas 1: 8 En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor God verrichtte in de beurt zijner afdeling, 9 dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel des Heren binnen te gaan en het reukoffer te brengen. 10 En de gehele volksmenigte was buiten in gebed op het uur van het reukoffer. 11 En hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar. 12 En Zacharias ontroerde bij dat gezicht, en vrees beving hem. 13 Maar de engel zeide tot hem: Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes geven. 14 En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. 15 Want hij zal groot zijn voor de Here en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot zijner moeder aan, 16 en velen der kinderen Israëls zal hij bekeren tot de Here, hun God. 17 En hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Elia, om de harten der vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Here een weltoegerust volk te bereiden. 18 En Zacharias zeide tot de engel: Waaraan zal ik dit weten? Want ik ben een oud man en mijn vrouw is op hoge leeftijd gekomen. 19 En de engel antwoordde en zeide tot hem: Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze blijmare te verkondigen. 20 En zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken, tot de dag toe, dat deze dingen geschieden, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die op hun tijd in vervulling zullen gaan. 21 En het volk stond op Zacharias te wachten en zij verwonderden zich, dat hij zo lang in de tempel vertoefde. 22 Toen hij dan naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken en zij begrepen, dat hij in de tempel een gezicht gezien had. En hij wenkte hun toe en bleef stom. 23 En het geschiedde, toen de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij vertrok naar zijn huis. 24 Na die dagen werd Elisabet, zijn vrouw, zwanger, en zij verborg zich vijf maanden, want, zeide zij: 25 Aldus heeft de Here aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij nederzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen.

De cyclusdienst van 24 weken schoof iedere keer een week op na een feest waar alle groepen van dienst waren. De dienst van de groep Abia met het nummer acht schoof dus ook één week op en aldus deed Zacharias dienst in de 9de week van het Joodse religieuze jaar. Dat was de tweede week van de maand Sivan.

Hierna ter verduidelijking de Joodse maanden:

1. Nisan, Abib maart/april eerste maand van het jaar.
2. Ziv april/mei  
3. Sivan mei/juni Johannes de doper verwekt
4. Tammuz juni/juli  
5. Ab juli/augustus Jezus geboren
6. Elul augustus/september  
7. Tishri september/oktober  
8. Marheshvan oktober/november Jezus verwekt
9. Kislev november/december  
10. Tebeth december/januari  
11. Shebat januari/februari  
12. Adar februari/maart  

Elisabeth, de vrouw van de Levitische priester, van de groep van Abia, Zacharias, werd kort daarna zwanger. Zoals het Schriftwoord zegt: Na die dagen werd Elisabeth, zijn vrouw, zwanger. De conceptie vond plaats in de derde week van de maand Sivan waarop Elisabeth zich vijf maanden verborgen hield.

In de zesde maand kreeg Maria, uit het huis van David, bezoek van de engel Gabriël:

Lucas 1: 26 In de zesde maand nu werd de engel Gabriël van God gezonden naar een stad in Galilea, genaamd Nazaret, 27 tot een maagd, die ondertrouwd was met een man, genaamd Jozef, uit het huis van David, en de naam der maagd was Maria. 28 En toen hij bij haar binnengekomen was, zeide hij: Wees gegroet, gij begenadigde, de Here is met u. 29 Zij ontroerde bij dat woord en overlegde, welke de betekenis van die groet mocht zijn. 30 En de engel zeide tot haar: Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. 31 En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. 32 Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven, 33 en Hij zal als koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en zijn koningschap zal geen einde nemen. 34 En Maria zeide tot de engel: Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb? 35 En de engel antwoordde en zeide tot haar: De heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden. 36 En zie, Elisabet, uw verwante, is eveneens zwanger van een zoon in haar ouderdom en dit is reeds de zesde maand voor haar, die onvruchtbaar heette. 37 Want geen woord, dat van God komt, zal krachteloos wezen. 38 En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen.


De engel Gabriël kondigde de verwekking van Jezus aan in de zesde maand van de zwangerschap van Elisabeth. Dit was de Joodse maand Marheshvan. Diezelfde maand werd Jezus verwekt zoals we kunnen opmaken wanneer we het Schriftgedeelte van Lucas verder bestuderen:


Lucas 1: 39 Maria dan maakte zich op in die dagen en reisde met spoed naar het bergland, naar een stad van Juda. 40 En zij ging het huis van Zacharias binnen en groette Elisabet. 41 En toen Elisabet de groet van Maria hoorde, geschiedde het, dat het kind opsprong in haar schoot, en Elisabet werd vervuld met de heilige Geest. 42 En zij riep uit met luider stem en sprak: Gezegend zijt gij onder de vrouwen en gezegend is de vrucht van uw schoot. 43 En waaraan heb ik dit te danken, dat de moeder mijns Heren tot mij komt? 44 Want zie, toen het geluid van uw groet in mijn oren klonk, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. 45 En zalig is zij, die geloofd heeft, want wat vanwege de Here tot haar gezegd is, zal volbracht worden. 46 En Maria zeide: Mijn ziel maakt groot de Here, 47 en mijn geest heeft zich verblijd over God, mijn Heiland (zie voetnoot) , 48 omdat Hij heeft omgezien naar de lage staat zijner dienstmaagd. Want zie, van nu aan zullen mij zalig prijzen alle geslachten, 49 omdat grote dingen aan mij gedaan heeft de Machtige. En heilig is zijn naam, 50 en zijn barmhartigheid van geslacht tot geslacht voor wie Hem vrezen. 51 Hij heeft een krachtig werk gedaan door zijn arm, en Hij heeft hoogmoedigen in de overlegging huns harten verstrooid; 52 Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudigen verhoogd, 53 hongerigen heeft Hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden. 54 Hij heeft Zich Israël, zijn knecht, aangetrokken, om te gedenken aan barmhartigheid, – 55 gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen – voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid. 56 En Maria bleef ongeveer drie maanden bij haar en keerde terug naar haar huis.

De verwekking van Jezus gebeurde in de maand Marheshvan. Wanneer we nu negen maanden vanaf Marheshvan rekenen, arriveren we in de maand Ab voor de geboorte van de Heiland, of juli/augustus volgens de Romeinse maandtelling. Bijbels gezien werd Jezus tijdens de zomer geboren en niet in de winter volgens de Roomse traditie. De herders waren trouwens met hun schapen nog buiten op het veld wat in de winter ook in Israël hoogteonwaarschijnlijk is.

Voetnoot: "Mijn Heiland, mijn Verlosser". Maria prijst haar Verlosser en maakt hiermee duidelijk dat ook zij zoals iedere andere sterveling nood aan verlossing heeft. De woorden van Maria ontkrachten de Rooms-katholieke leer der onbevlekte ontvangenis.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van Robert de Telder. Voor het originele artikel zie de onderstaande link:

http://www.chronology.be/Anomalie%207.htm