Home Artikelen Geschiedenis Model van Robert de Telder Van Genesis tot de tempel in 3000 jaar
Van Genesis tot de tempel in 3000 jaar PDF Print E-mail

Chronologie hoort bij de Bijbel en haar boodschap. Vanaf het eerste boek van de in totaal 66 boeken tellende Bijbel worden in het eerste boek Genesis ons jaartallen betreffende personen en gebeurtenissen gegeven. Het geslachtsregister van Christus in het Nieuwe Testament gaat helemaal terug tot Adam. Ongeveer 4000 jaar op de tijdsbalk der geschiedenis beslaat dit register van namen. Vanaf Genesis gerekend arriveert men zelfs nauwkeurig in het jaar 3000 Anno Mundi voor de inwijding van de tempel van Salomo in 996 voor Christus. Het moet duidelijk zijn dat ik de Masoretische tekst van de Bijbel hanteer en niet de Septuagint. Ik opteer voor de Masoretische tekst als gezaghebbend over de Griekse Septuagint vertaling.

Verklaring Wikipedia encyclopedie: De Masoretische Tekst (MT) is de Hebreeuwse tekst van de Joodse Bijbel (Tenach). Het omvat niet alleen de boeken van de Joodse canon, het is ook de letterlijke tekst van die boeken, inclusief vocalisatie en accentueringen ten behoeve van zowel voorlezing in het openbaar als voor persoonlijke studie. De MT werd en wordt ook veel gebruikt als grondtekst voor vertalingen van het Oude Testament in protestantse Bijbels. De Masoretische Tekst werd tussen de zevende en tiende eeuw voornamelijk overgeschreven, bewerkt en verspreid door een groep Joden bekend onder de naam Masoreten. Hoewel de medeklinkers weinig verschillen van de algemeen aanvaarde tekst uit het begin van de tweede eeuw (en ook weinig verschillen van sommige nog oudere teksten onder de Dode Zeerollen zijn er talrijke verschillen (sommige belangrijk, andere onbeduidend) met vierde eeuwse manuscripten van de Septuagint, een Griekse vertaling uit de derde en tweede eeuw v.Chr. van oudere Hebreeuwse teksten. De Septuagint werd veel gebruikt in Egypte en Palestina en wordt vaak aangehaald in het Nieuwe Testament.

Ik vermoed dat de Joodse vertalers van het Oude Testament in het Grieks (LXX de Septuagint), in de derde eeuw voor Christus, zich wat chronologie betreft, lieten leiden in de wedstrijd tussen Grieken en het Oosten in het algemeen over wie de oudste beschaving had, en dat daarom misschien aan jaartallen gesleuteld werd. Dit doet niet af aan de heilsboodschap die in de Septuagint onaangetast bleef. De apostelen hebben de Septuagint gebruikt wat blijkt uit het boek Handelingen. Wat jaartallen betreft hebben zij door de Heilige Geest dan wel enkele malen het woord ‘omstreeks’ (Handelingen 13:18-20) gebruikt wanneer tijdsspannen beschreven werden.

De kalenderjaren die Mozes in het boek Genesis doorgeeft zijn zonnejaren van 360 dagen per jaar. Van een maankalender met 354 dagen is nog geen sprake. Deze komt eerst in voege (naast het zonnejaar) bij het geven van de Tien Woorden, de Thora, aan Mozes in 1483 v. Chr. Heel wat seculiere onderzoekers die heden met de herziening van de chronologie der oudheid bezig zijn hanteren een zonnejaar van 365,25 dagen zoals we het heden kennen. Zij trachten keer op keer chronologische gegevens van de oudheid met onze huidige kalender in te passen met meestal een niet passende constructie tot gevolg. De Egyptologie van de 19de eeuw bijvoorbeeld ging er duidelijk vanuit dat de jaarlengte van 365,25 dagen die we nu kennen in de millennia voor onze jaartelling hetzelfde was. De Egyptoloog Meyer las een jaar van 365 dagen in een kalenderjaar dat op 360 dagen gebaseerd was! Deze denkwijze is evolutionistisch en hangt samen met de uniformiteittheorie; een theorie die leert dat alle processen die we tegenwoordig in de kosmos waarnemen, dezelfde zijn als in het verre verleden. De catastrofetheorie, waarbij processen verstoord werden, werd afgewezen. Concordante Bijbelstudie leert echter dat Israël wel degelijk met een jaar van 360 dagen rekende. Ook in andere beschavingen rekende men met maanden van 30 dagen. Bijvoorbeeld de Veda, die het jaar in India verdeelden in 12 maanden van 30 dagen. Pas in de 7de eeuw voor onze jaartelling rekenden de Hindoes met een jaar van 365,25 dagen. In Babylon begonnen de maanden van 30 dagen met het licht van de nieuwe maan, 12 maal per jaar. In de 8ste eeuw voor Christus werden 5 dagen toegevoegd. Ook in Egypte rekende men aanvankelijk met een jaar van 360 dagen. Later werden volgens de historicus van de oudheid Herodotus (Boek II,4) 5 dagen toegevoegd. Deze toevoeging was niet het gevolg van betere astronomische kennis, maar noodzakelijk door veranderingen aan de sterrenhemel zoals het Canopus Decreet ook vermeldt. Deze veranderingen kunnen historisch geduid worden en gebeurden in de 15de en 8ste eeuw voor Christus. De Egyptoloog Eduard Meyer, die aan de basis ligt van de jaartallen van de moderne Egyptologie, ging er vanuit dat de Egyptenaren deze kennis niet hadden en er daarom twee kalenders op na hielden.

De Bijbel verwijst verschillende keren naar catastrofes van kosmische oorsprong. Een bekend verhaal is de bede van Jozua in 1437 v. Chr. in zijn strijd tegen de Amorieten: Zon, sta stil te Gibeon…

Jozua 10:11 Terwijl zij nu voor Israël vluchtten en zij juist op de helling van Bet-Choron waren, wierp de HERE uit de hemel grote stenen op hen, tot Azeka toe, zodat zij stierven; die door de hagelstenen stierven, waren talrijker dan die, welke de Israëlieten met het zwaard doodden. 12 Toen sprak Jozua tot de HERE ten dage, waarop de HERE de Amorieten aan de Israëlieten overleverde, en hij zeide in tegenwoordigheid van Israël: Zon, sta stil te Gibeon en gij, maan, in het dal van Ajjalon! 13 En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich op zijn vijand gewroken had. Is dit niet geschreven in het Boek des Oprechten? De zon nu bleef staan midden aan de hemel en haastte zich niet onder te gaan omstreeks een volle dag. 14 Een dag als deze is er noch vroeger, noch later ooit geweest, waarop de HERE zó iemands stem verhoorde, want de HERE streed voor Israël. 15 Hierop keerde Jozua en geheel Israël met hem terug naar de legerplaats te Gilgal.

Het is de verdienste van Dr. Immanuël Velikovsky dat deze onderzoeker dit Bijbelbericht als historisch correct beschouwde en in zijn werken aantoont dat dit kosmisch fenomeen ook door andere oude beschavingen aldus genoteerd werd.

Een laatste verwijzing in de Bijbel naar een kosmisch fenomeen vinden we bij de profeet Jesaja in het jaar 709 voor Christus:
38:1 In die dagen werd Hizkia ten dode toe ziek. Toen kwam de profeet Jesaja, de zoon van Amoz, tot hem en zeide tot hem: Zo zegt de HERE: tref beschikkingen voor uw huis, want gij zult sterven en niet herstellen. 2 Toen keerde Hizkia zijn gelaat naar de wand en bad tot de HERE 3 en zeide: Ach, HERE, gedenk toch, dat ik voor uw aangezicht in trouw en met een volkomen toegewijd hart gewandeld heb en gedaan heb wat goed is in uw ogen. 4 En Hizkia weende luid. Toen kwam het woord des HEREN tot Jesaja: 5 Ga en zeg tot Hizkia: zo zegt de HERE, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal aan uw levensdagen vijftien jaar toevoegen, 6 en Ik zal u en deze stad uit de macht van de koning van Assur redden en deze stad beschutten. 7 En dit zal u het teken zijn van des HEREN kant, dat de HERE ook doen zal wat Hij gesproken heeft: 8 zie, Ik doe de schaduw op de treden waarlangs zij door de zon op de trap van Achaz is afgedaald, weer tien treden teruggaan. En de zon ging tien treden terug op de treden die zij gedaald was.

Het einde van de achtste eeuw in 709 voor Christus zag de laatste in de Bijbel genoteerde kosmische catastrofe in een cyclus van 13 jaar die planeet aarde gedurende de 8ste eeuw v. Chr. beroerde. Sindsdien en van dan af zijn we volgens de catastrofetheorie naar een zonnejaar van 365,25 dagen gegaan.
En tot slot: een Bijbels jaar van 360 of later 365,25 dagen ging heel praktisch om de vier seizoenen, om een tijd van zaaien en een tijd van oogsten.
Genesis 8:22 Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden.

Het boek Genesis van de Bijbel is een geschiedschrijving die door seculiere historici afgewezen wordt. Vooral de jonge geschiedenis van de mens volgens Genesis wordt aangevochten. Wanneer men al de oudvaders en hun leeftijden achterelkaar rekent, komt men aan een periode van 1656 jaar vanaf de eerste mensen tot aan Noach en de zondvloed. Betreffende de zondvloed worden 5 hoofdstukken aan deze gebeurtenissen gewijd. Het was een wereldwijde catastrofe die de ondergang van de voortijd betekende. Het boek Genesis, waarvan Mozes de auteur is, verhaalt verder dat enkel Noach, zijn drie zonen en hun gezinnen, deze ramp overleefden. Met Noach en zijn nageslacht sluit de HERE God een nieuw verbond. De namen van de zonen van Noach zijn: Sem, Cham en Jafeth. Van deze drie stammen komt de volkenlijst van Genesis, hoofdstuk 10 voort. De ark, het reddingsmiddel waarmee ze de grote- of zond-vloed overleefden, strandde volgens de overlevering op de berg Ararat in het huidige Turkije, en van hieruit trokken ze naar de vlakte van Sinear waar ze zich vestigden en een nieuwe beschaving begonnen. Genesis hoofdstuk 11 verhaalt dat deze mensen één van taal waren en besloten om een toren te bouwen die hen samen zou houden. ‘Laten wij ons een naam maken’ was het motto, en tegen het verbond in, weigerden zij aanvankelijk om zich te verspreiden en de aarde te bevolken. Hun leider was Nimrod, de eerste machthebber op aarde na de zondvloed. Het oordeel van God was de spraakverwarring met als resultaat dat ze vanuit Babel in alle richtingen per taalgroep wegtrokken. Mizraïm een nakomeling van Cham, leidde zijn groep naar het gebied van Egypte en vestigde daar het begin van de Egyptische beschaving. De Bijbel noemt Egypte in Psalm 105 dan ook het land van Cham. Chronologisch gebeurde dit in de dagen van Peleg, een nakomeling van Sem, in 2197 voor Christus. Deze informatie kunnen we in Genesis hoofdstuk 11 vinden, waar al de nakomelingen van Sem, met leeftijden vermeld worden.

HET GESLACHTSREGISTER VAN JEZUS
Het zijn de evangelisten Matteüs en Lucas die het geslachtsregister van Jezus Christus hebben doorgegeven. Jaartallen geven zij niet, maar het is mogelijk om via historisch bekende namen zoals Zerubbabel, David en de oudvaders, de lijst chronologisch op de tijdsbalk te volgen. Hierna volgt de lijst volgens Lucas:
Jezus, een zoon, naar men meende van:
Jozef, de zoon van Eli,
de zoon van Matthat,
de zoon van Levi,
de zoon van Melchi,
de zoon van Jannai,
de zoon van Jozef,
de zoon van Mattathias,
de zoon van Amos,
de zoon van Nahum,
de zoon van Esli,
de zoon van Naggai,
de zoon van Maath,
de zoon van Mattathias,
de zoon van Semeïn,
de zoon van Josech,
de zoon van Joda,
de zoon van Joanan,
de zoon van Resa,
de zoon van Zerubbabel (Babylonische Ballingschap),
de zoon van Sealthiël,
de zoon van Neri,
de zoon van Melchi,
de zoon van Addi,
de zoon van Kosam,
de zoon van Elmandan,
de zoon van Er,
de zoon van Josua,
de zoon van Eliëzer,
de zoon van Jorim,
de zoon van Maththat,
de zoon van Levi,
de zoon van Simeon,
de zoon van Juda,
de zoon van Jozef,
de zoon van Jonan,
de zoon van Eljakim,
de zoon van Melea,
de zoon van Menna,
de zoon van Mattatha,
de zoon van Nathan,
de zoon van David,
de zoon van Isaï,
de zoon van Obed,
de zoon van Boaz,
de zoon van Salma,
de zoon van Nahasson,
de zoon van Aminadad,
de zoon van Admin,
de zoon van Arni,
de zoon van Hesron,
de zoon van Perez,
de zoon van Juda,
de zoon van Jacob,
de zoon van Izak,
de zoon van Abraham,
de zoon van Thera,
de zoon van Nahor,
de zoon van Seruch,
de zoon van Rehu,
de zoon van Peleg,
de zoon van Heber,
de zoon van Sala,
de zoon van Kainan,
de zoon van Arpachsad,
de zoon van Sem,
de zoon van Noach,
de zoon van Lamech,
de zoon van Mathusalem,
de zoon van Henoch,
de zoon van Jered,
de zoon van Mahalaleël,
de zoon van Kenan,
de zoon van Enos,
de zoon van Seth,
de zoon van Adam,
de zoon van God.

Het feit dat we hier een lijst hebben van alle namen tussen Adam en Jezus dwingt mij om voor een korte periode tussen Genesis en de komst van Christus te kiezen. Geen tien- of honderdduizenden jaren maar slechts vierduizend jaar vanaf Genesis tot Jezus. De eerste bekende naam in de geslachtslijn van Jezus Christus wanneer we terug in de tijd gaan, is de naam Zerubbabel. Hij leefde ten tijde van het einde van de Babylonische Ballingschap. Hij is de eenentwintigste naam vanaf Jezus in de lijn van David. Het einde van de Babylonische Ballingschap is als het ware een breuklijn in de geslachtslijn. Eenentwintig namen zijn het van Jezus tot Zerubbabel en tot aan David zijn er dan weer 3 X 7 =’21’ namen.

Eén merkwaardigheid is dat de geslachtslijst van Lucas één naam extra bevat namelijk die van Kainan, de zoon van Arpachsad. De lijst van het Bijbelboek Genesis, hoofdstuk 11 gaat van Arpachsad naar Selah die dezelfde persoon is als Sala die Lucas opgeeft. De evangelist Lucas werkte blijkbaar met de Septuagint. De reden voor de extranaam in de Septuagint ken ik niet. Tenzij het een gefabriceerde naam is om de lijst indrukwekkender te maken? De Masoretische tekst waar de NBG Vertaling 1951 e.a. op gebaseerd is kent geen Kainan!

1 Kronieken 1: 17 De zonen van Sem waren: Elam, Assur, Arpaksad, Lud, Aram, Us, Chul, Geter en Mesek. 18 Arpaksad verwekte Selach, en Selach verwekte Eber. 19 Aan Eber werden twee zonen geboren: de naam van de een was Peleg, want in zijn dagen werd de aarde verdeeld; en de naam van zijn broeder was Joktan. 20 En Joktan verwekte Almodad, Selef, Chasarmawet, Jerach, 21 Hadoram, Uzal, Dikla, 22 Ebal, Abimaël, Seba, 23 Ofir, Chawila, en Jobab; deze allen waren de zonen van Joktan.
24 Sem, Arpaksad, Selach, 25 Eber, Peleg, Reü, 26 Serug, Nachor, Terach, 27 Abram – dat is Abraham.

Een laatste opmerking: het verschil in namen tussen Lucas en Mattheüs is dat de evangelist Lucas de wettelijke lijnopvolging doorgeeft via Jozef en de evangelist Mattheüs de Koninklijke lijn via Maria volgt.

Hierna volgen de betreffende geslachtsregisters die ons van Genesis naar de Tempel van Salomo in 3000 AM loodsen.

Genesis 5:1 Dit is het geslachtsregister van Adam. Ten dage, dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis Gods; 2 man en vrouw schiep Hij hen, en Hij zegende hen en noemde hen „mens” ten dage, dat zij geschapen werden.
3 Toen Adam honderd dertig jaar geleefd had, verwekte hij (een zoon) naar zijn gelijkenis, als zijn beeld, en noemde hem Set. 4 En de dagen van Adam, nadat hij Set verwekt had, waren achthonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 5 Zo waren al de dagen van Adam, die hij geleefd heeft, negenhonderd dertig jaar; en hij stierf.
6 Toen Set honderd vijf jaar geleefd had, verwekte hij Enos. 7 En Set leefde, nadat hij Enos verwekt had, achthonderd zeven jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 8 Zo waren al de dagen van Set negenhonderd twaalf jaar; en hij stierf.
9 Toen Enos negentig jaar geleefd had, verwekte hij Kenan. 10 En Enos leefde, nadat hij Kenan verwekt had, achthonderd vijftien jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 11 Zo waren al de dagen van Enos negenhonderd vijf jaar; en hij stierf.
12 Toen Kenan zeventig jaar geleefd had, verwekte hij Mahalalel. 13 En Kenan leefde, nadat hij Mahalalel verwekt had, achthonderd veertig jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 14 Zo waren al de dagen van Kenan negenhonderd tien jaar; en hij stierf.
15 Toen Mahalalel vijfenzestig jaar geleefd had, verwekte hij Jered. 16 En Mahalalel leefde, nadat hij Jered verwekt had, achthonderd dertig jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 17 Zo waren al de dagen van Mahalalel achthonderd vijfennegentig jaar; en hij stierf.
18 Toen Jered honderd tweeënzestig jaar geleefd had, verwekte hij Henoch. 19 En Jered leefde, nadat hij Henoch verwekt had, achthonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 20 Zo waren al de dagen van Jered negenhonderd tweeënzestig jaar; en hij stierf.
21 Toen Henoch vijfenzestig jaar geleefd had, verwekte hij Metuselach. 22 En Henoch wandelde met God, nadat hij Metuselach verwekt had, driehonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 23 Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijfenzestig jaar. 24 En Henoch wandelde met God, en hij was niet meer, want God had hem opgenomen.
25 Toen Metuselach honderd zevenentachtig jaar geleefd had, verwekte hij Lamech. 26 En Metuselach leefde, nadat hij Lamech verwekt had, zevenhonderd tweeëntachtig jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 27 Zo waren al de dagen van Metuselach negenhonderd negenenzestig jaar; en hij stierf.
28 Toen Lamech honderd tweeëntachtig jaar geleefd had, verwekte hij een zoon, 29 en gaf hem de naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over de moeitevolle arbeid onzer handen op deze aardbodem, die de HERE vervloekt heeft. 30 En Lamech leefde, nadat hij Noach verwekt had, vijfhonderd vijfennegentig jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 31 Zo waren al de dagen van Lamech zevenhonderd zevenenzeventig jaar; en hij stierf.
32 Toen Noach vijfhonderd jaar oud geworden was, verwekte Noach Sem, Cham en Jafet.

(Opmerking: vanuit Genesis 11 blijkt dat Sem niet de eerstgeborene van Noach was maar pas geboren werd toen Noach 602 jaar oud was.) En naar 1 kronieken hoofdstuk 1 blijkt dat Sem de derde in rij na Jafeth en Cham was.

Genesis 11:10 Dit zijn de nakomelingen van Sem. Toen Sem honderd jaar oud was, verwekte hij Arpaksad, twee jaar na de vloed. 11 En Sem leefde, nadat hij Arpaksad verwekt had, vijfhonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 12 Toen Arpaksad vijfendertig jaar geleefd had, verwekte hij Selach. 13 En Arpaksad leefde, nadat hij Selach verwekt had, vierhonderd drie jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 14 Toen Selach dertig jaar geleefd had, verwekte hij Eber. 15 En Selach leefde, nadat hij Eber verwekt had, vierhonderd drie jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 16 Toen Eber vierendertig jaar geleefd had, verwekte hij Peleg. 17 En Eber leefde, nadat hij Peleg verwekt had, vierhonderd dertig jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 18 Toen Peleg dertig jaar geleefd had, verwekte hij Reü. 19 En Peleg leefde, nadat hij Reü verwekt had, tweehonderd negen jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 20 Toen Reü tweeëndertig jaar geleefd had, verwekte hij Serug. 21 En Reü leefde, nadat hij Serug verwekt had, tweehonderd zeven jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 22 Toen Serug dertig jaar geleefd had, verwekte hij Nachor. 23 En Serug leefde, nadat hij Nachor verwekt had, tweehonderd jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 24 Toen Nachor negenentwintig jaar geleefd had, verwekte hij Terach. 25 En Nachor leefde, nadat hij Terach verwekt had, honderd negentien jaar, en hij verwekte zonen en dochteren. 26 Toen Terach zeventig jaar geleefd had, verwekte hij Abram, Nachor en Haran. 27 En dit zijn de nakomelingen van Terach: Terach verwekte Abram, Nachor en Haran, en Haran verwekte Lot. 28 En Haran stierf bij het leven van zijn vader Terach in zijn geboorteland, in Ur der Chaldeeën. 29 En Abram en Nachor namen zich vrouwen; de naam van Abrams vrouw was Sarai, en de naam van Nachors vrouw was Milka, de dochter van Haran, de vader van Milka en Jiska. 30 Sarai nu was onvruchtbaar; zij had geen kinderen. 31 En Terach nam zijn zoon Abram en Lot, de zoon van Haran, zijn kleinzoon, en Sarai, zijn schoondochter, de vrouw van zijn zoon Abram; en hij deed hen wegtrekken uit Ur der Chaldeeën om te gaan naar het land Kanaän, en zij kwamen te Haran en bleven daar. 32 En de dagen van Terach waren tweehonderd vijf jaar, en Terach stierf te Haran.

Genesis 12:1 De HERE nu zeide tot Abram: Ga uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis naar het land, dat Ik u wijzen zal; 2 Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. 3 Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden. 4 Toen ging Abram, zoals de HERE tot hem gesproken had, en Lot ging met hem; en Abram was vijfenzeventig jaar oud, toen hij uit Haran trok. 5 Abram nu nam zijn vrouw Sarai en Lot, zijns broeders zoon, en al hun have, die zij verworven hadden, en de lieden, die zij in Haran verkregen hadden, en zij trokken uit om te gaan naar het land Kanaän, en zij kwamen in het land Kanaän. 6 En Abram trok het land door tot de plek bij Sichem, tot de terebint More; en de Kanaänieten waren toen in het land.

Handelingen 7:2 En hij zeide: Gij, mannen broeders en vaders, hoort toe. De God der heerlijkheid is verschenen aan onze vader Abraham, toen hij nog in Mesopotamië was, voordat hij in Haran ging wonen, 3 en Hij zeide tot hem: Verlaat uw land en uw bloedverwanten en kom herwaarts naar het land, dat Ik u wijzen zal. 4 Toen vertrok hij uit het land der Chaldeeën en vestigde zich in Haran. En nadat zijn vader gestorven was, bracht Hij hem vandaar over naar dit land, waar gij nu woont; 5 en Hij gaf hem geen erfdeel daarin, zelfs niet één voet, maar Hij beloofde het hem en zijn nakomelingschap tot een bezitting te geven, ofschoon hij geen kinderen had.

Conclusie: Terah was 205 jaar oud bij zijn sterven. Abraham is alzo 75 jaar eerder geboren wanneer Terah 130 jaar oud was.

1 Kronieken 1:1 Adam, Set, Enos, 2 Kenan, Mahalalel, Jered, 3 Henoch, Metuselach, Lamech, 4 Noach, Sem, Cham en Jafet.
5 De zonen van Jafet waren: Gomer, Magog, Madai, Jawan, Tubal, Mesek en Tiras. 6 De zonen van Gomer: Askenaz, Difat en Togarma. 7 De zonen van Jawan: Elisa en Tarsis, de Kittiërs en de Rodanieten.
8 De zonen van Cham waren: Kus en Misraïm, Put en Kanaän. 9 De zonen van Kus: Seba, Chawila, Sabta, Rama en Sabteka; de zonen van Rama: Seba en Dedan. 10 Kus verwekte ook Nimrod; deze was de eerste, die machtig werd op aarde. 11 Misraïm verwekte de Ludieten, de Anamieten, de Lehabieten, de Naftuchieten, 12 de Patrusieten, de Kasluchieten, uit wie de Filistijnen zijn voortgekomen, en de Kaftorieten. 13 En Kanaän verwekte Sidon, zijn eerstgeborene, en Chet, 14 ook de Jebusiet, de Amoriet, de Girgasiet, 15 de Chiwwiet, de Arkiet, de Siniet, 16 de Arwadiet, de Semariet en de Hamatiet.
17 De zonen van Sem waren: Elam, Assur, Arpaksad, Lud, Aram, Us, Chul, Geter en Mesek. 18 Arpaksad verwekte Selach, en Selach verwekte Eber. 19 Aan Eber werden twee zonen geboren: de naam van de een was Peleg, want in zijn dagen werd de aarde verdeeld; en de naam van zijn broeder was Joktan. 20 En Joktan verwekte Almodad, Selef, Chasarmawet, Jerach, 21 Hadoram, Uzal, Dikla, 22 Ebal, Abimaël, Seba, 23 Ofir, Chawila, en Jobab; deze allen waren de zonen van Joktan.
24 Sem, Arpaksad, Selach, 25 Eber, Peleg, Reü, 26 Serug, Nachor, Terach, 27 Abram – dat is Abraham.
28 De zonen van Abraham waren: Isaak en Ismaël. 29 Dit zijn hun nakomelingen: de eerstgeborene van Ismaël was Nebajot; voorts Kedar, Adbeël, Mibsam, 30 Misma en Duma, Massa, Chadad en Tema, 31 Jetur, Nafis en Kedema; dit zijn de zonen van Ismaël.
32 En de zonen van Ketura, Abrahams bijvrouw: zij baarde Zimran, Joksan, Medan, Midjan, Jisbak en Suach. De zonen van Joksan nu waren Seba en Dedan; 33 en de zonen van Midjan: Efa, Efer, Chanok, Abida en Eldaä. Deze allen waren de zonen van Ketura.
34 En Abraham verwekte Isaak; de zonen van Isaak waren Esau en Israël. 35 De zonen van Esau: Elifaz, Reüel, Jeüs, Jalam en Korach; 36 de zonen van Elifaz: Teman en Omar, Sefi en Gatam, Kenaz, Timna en Amalek; 37 de zonen van Reüel: Nachat, Zerach, Samma en Mizza; 38 en de zonen van Seïr: Lotan, Sobal, Sibon, Ana, Dison, Eser en Disan. 39 De zonen van Lotan: Chori en Homam, en de zuster van Lotan was Timna; 40 de zonen van Sobal: Aljan, Manachat, Ebal, Sefi en Onam; de zonen van Sibon: Ajja en Ana; 41 de zonen van Ana: Dison, en de zonen van Dison: Chamran, Esban, Jitran en Keran; 42 de zonen van Eser: Bilhan, Zaäwan en Jaäkan; de zonen van Disan: Us en Aran.

 

A.M. na de Schepping:       Voor Christus:
130 Adam 130 800 09/3997-10/3996
235 Set 105 807  
325 Enos 90 815  
395 Kenan 70 840  
460 Mahalalel 65 830  
622 Jered 162 800  
687 Henoch 65 300  
874 Metuselach 187 782  
1056 Lamech 182 595  
1556 Noach 500 2841  
  Sem 100 500  


De zonen van Noach: 1.Jafeth, 2.Cham en 3.Sem

1656 Tot de Vloed:     10/2341-09/2340

2 jaar na de vloed

1658 Arpaksad 35 403  
1693 Selach 30 403  
1723 Eber 34 430  
1757 Peleg 30 209  
1787 Reü 32 207  
1819 Serug 30 200  
1849 Nachor 29 119  
1878 Terach 70 205 1913


(De zonen van Terach: 1. Haran, 2.Nachor en 3.Abram)

  Terach 130 205  
2008 Abram 100 175 1813


2081 Dood Terach en roeping Abram (Genesis 12:10).
(Naar Galaten 3:17 zitten er 430 jaar tussen de belofte aan Abram en het geven van de Wet aan Mozes.)

2108 Isaak 60 180 1888


2112 Spening Isaak. (Naar Genesis 15:13 en Handelingen 7:7 zitten er 400 jaar verdrukking tussen de spening van Izaak en de Wet.)

2168 Jacob 147   1829


(De zonen van Jacob/Israël: Ruben, Simeon, Levi en Juda, Issakar en Zebulon, 2 Dan, Jozef en Benjamin, Naftali, Gad en Aser.)
2259 Jozef 110
2295 Zeven jaar wereldwijde hongersnood 1700/1693
2429 Geboorte Aäron
2432 Geboorte Mozes
2472 Vlucht naar Midian
2512 Exodus uit Egypte 1483
(Naar 1 Koningen 6:1 zijn er 480 jaar tussen het jaar van de Exodus en het vierde regeringsjaar van Salomo.)

3000 11de regeringsjaar van Salomo 996 voor Christus

Voor de verbanden met de Richterenperiode en de regeringsperiode van Saul en David, zie link:


Genesis versus Egyptologie


of:


Creabel site

Het gelijkvallen van het inwijden van de tempel van Salomo in 996 voor Christus met het jaar Anno Mundi 3000 is geen gezochte fabricatie maar het resultaat van het herschikken van de koningen van Juda en Israël en het Exodusjaartal op de tijdsbalk der historie op basis van de sabbats- en jubeljaartelling van William Whiston..

En er zijn verbazingwekkende chronologische sleutels in de Bijbel te vinden. Zo toont de onderzoeker van het Profetische Woord Clarence Larkin in zijn werk aan dat men de moeilijke jaartalen van de 69 jaarweken van de profeet Daniël kan verklaren vanuit Genesis met jaren van 360 dagen per jaar.
De jaarweken van Daniel zagen hun begin in het 20ste jaar van Arthahsasta naar Nehemia 2:1 zijnde 445 voor Christus. 69 jaarweken later of 483 zonnejaren later moest de Messias zich openbaren. Het jaar 30 AD zag het lijden, sterven en opstanding van de Messias het Lam Gods. Het jaar 30 AD is echter slechts 474 jaar van 445 v.Chr. verwijderd wat een tekort van 9 jaar oplevert. Maar lees hierna het citaat van wijlen Clarence Larkin:
“We must not forget that there are years of different lengths. The Lunar year has 354 days. The Calendar year has 360 days. The solar year has 365 days. The Julian, or Astronomical year, has 365,25 days, and it is necessary to add one day every 4 years to the calendar. Now which of these years shall we use in our Calculation? We find the ‘Key’ in the Word of God. In Genesis 7:11-24; 8:3,4, in the account of the Flood, we find that the 5 months from the 17th day of the 2nd month, until the 17th day of the 7th month, are reckoned as 150 days, or 30 days a month, or 360 days to a year. So we see that we are to use in ‘Prophetical Chronology’ a “Calendar” year of 360 days. According to ordinary chronology, the 475 years from 445 BC to 30 AD are ‘Solar’ years of 365 days each. Now counting the years from 445 BC tot 30 AD, inclusively, we have 476 solar years. Multiplying these 476 years by 365 (the number of days in a Solar year), we have 173,740 days, to which add 119 days for leap years, and we have 173,8599 days. Add to these 20 days inclusive from March 14 to April 2, and we have 173,879 days. Divide 173,879 by 360 (the number of days in a ‘prophetical year), and we have 483 years all to one day, the exact number of days (483) in 69 weeks, each day standing for a year. Could there be anything more conclusive to prove that Daniels 69 weeks ran out on April 2, 30 AD, the day that Jesus rode in Triumph into the city of Jerusalem.
Clarence Larkin, Dispensational Truth, 1920. THE SEVENTY WEEKS

Februari 2010 AD
Robert De Telder