Home Artikelen Geschiedenis Model van Robert de Telder Waar lag de stad Avaris?
Waar lag de stad Avaris? PDF Afdrukken E-mail

Avaris was de hoofdstad, een versterkte burcht, vanwaar uit de Hyksos – dynastieën, over Egypte, gedurende vier eeuwen, heersten. Volgens de orthodoxe Egyptologie lag Avaris in het noordoosten van de Nijldelta. De Egyptologen vermoeden dat de stad gelegen was waar nu Tell el Daba ligt, al is de juiste ligging nog steeds onderwerp van discussie. In 1049 v. Chr. (NC = Nieuwe Chronologie) werd de stad door Ahmose, de stichter van de achttiende dynastie, ingenomen en de Hyksos verdreven. Hierna werd Avaris langzaam een ruïne.

De Hyksos en hun hoofdstad werden door Manetho beschreven. Volgens de Nieuwe Chronologie veroverden zij Egypte na de Israëlitische Exodus uit Egypte met tegelijkertijd de vernietiging van het grootste deel van het Egyptische leger in de Rode Zee. Zonder noemenswaardige tegenstand bezetten de Hyksos of Amalekieten de Nijldelta. Flavius Josephus citeert Manetho als het volgt:

"There was a king of ours whose name was Timaus. Under him it came to pass, I know not how, that God was averse to us, and there came, after a surprising manner, men of ignoble birth out of the eastern parts, and had boldness enough to make an expedition into our country, and with ease subdued it by force, yet without our hazarding a battle with them. So when they had gotten those that governed us under their power, they afterwards burnt down our cities, and demolished the temples of the gods, and used all the inhabitants after a most barbarous manner; nay, some they slew, and led their children and their wives into slavery. At length they made one of themselves king, whose name was Salatis; he also lived at Memphis, and made both the upper and lower regions pay tribute, and left garrisons in places that were the most proper for them. He chiefly aimed to secure the eastern parts, as fore-seeing that the Assyrians, who had then the greatest power, would be desirous of that kingdom, and invade them; and as he found in the Saite Nomos, [Sethroite,] a city very proper for this purpose, and which lay upon the Bubastic channel, but with regard to a certain theologic notion was called Avaris, this he rebuilt, and made very strong by the walls he built about it, and by a most numerous garrison of two hundred and forty thousand armed men whom he put into it to keep it. Thither Salatis came in summer time, partly to gather his corn, and pay his soldiers their wages, and partly to exercise his armed men, and thereby to terrify foreigners.”

Dr. Immanuël Velikovsky maakte zich sterk dat het Avaris van de Hyksos te El Arisj gelegen was, een plaats in het noorden van de Sinai waar de beek van Egypte, de wadi el Arisj in de Middellandse Zee uitmondt. In zijn bekend, en voor de orthodoxie controversieel, werk ‘Eeuwen in Chaos’ wijst hij naar El Arisj waar de archeologen zouden moeten graven, want daar ligt het Avaris van de Hyksos onder het zand begraven.
Toen hij zijn werk in de jaren vijftig van de vorige eeuw wereldkundig maakte was het enige bewijsmateriaal dat hem op deze denkpiste zette, een schrijn van zwart graniet met hiëroglyfen beschreven, dat in El Arisj tot op de ontdekking, door Arabieren als een drinkbak voor hun vee gebruikt werd. Deze zwarte monoliet werd in 1860 toevallig ontdekt en de tekst in 1890 vertaald en gepubliceerd. Het document verhaalt dezelfde gebeurtenissen van de Exodus maar dan van de zijde der Egyptenaren bekeken. De naam van de farao van de Exodus wordt vermeld: zijnde Thom, en de plagen die aan de Exodus voorafgingen beschreven. Velikovsky zag onmiddellijk het verband van de naam van farao Thom met de naam van de stad die de Israëlieten in slavernij volgens de Bijbel, moesten bouwen: Pithom, wat stad van Thom betekende. De Egyptische naam Thom van het schrijn te El Arisj is dan dezelfde naam als de “Timaus” die Manetho via Josephus in de Griekse taal doorgaf. Daarnaast vond Velikovsky in de Bijbel, waar de geschiedenis van Saul’s strijd tegen Amalek beschreven staat, aanwijzingen dat Avaris buiten de Nijldelta gezocht moest worden, op de grens tussen Egypte en Kanaan, namelijk aan de beek van Egypte te El Arisj.

Met mijn artikel waar Telaïm op de kaart te plaatsen is volgde ik de studie van Velikovsky betreffende de plaatsing van Avaris op de landkaart. Telaïm was de plaats waar koning Saul van Israël het leger van de 12 stammen verzamelde alvorens aan de strijd tegen Amalek te beginnen. Zie link:

http://www.chronology.be/Waar%20lag%20Telaim.htm

Verder werd Velikovsky’s aandacht getrokken naar het Edict van Horemheb. Dit is een document dat in de periode van het tot stand komen van zijn studie, al bekend was. Farao Horemheb was een overgangsfiguur tussen de 18de en de 19de dynastie en van hem is een wettekst bekend waarin als straf voor bepaalde misdadigers het afsnijden van de neus werd voorgeschreven, waarna zij verbannen werden naar Tharu of Tjaru, een plaats oostelijk van de Nijldelta. De afgesneden neuzenstraf was de reden dat dit verbanningsoord later de naam Rhinocolura kreeg. Een plaatsnaam die door Griekse schrijvers vermeld zou worden. En dit Rhinocolura is zonder twijfel El Arisj. Tot op heden is te El Arisj nog nooit archeologisch onderzoek verricht. Een onderzoek waar Velikovsky naar uitzag, maar niet ingewilligd werd. De gevestigde Egyptologie van een halve eeuw geleden heeft getracht Velikovsky monddood te maken. Dat is niet gelukt getuige het internet vandaag. Wanneer men op de Google zoekmachine de naam Immanuël Velikovsky intikt krijgt men 81.700 verwijzingen naar hem van zowel voor- als tegenstanders. Wat het opgraven van Avaris betreft is het wachten op een nieuwe Heinrich Schliemann. Dr. Schliemann was een rijke dilettant die uit puur enthousiasme zijn kapitaal besteedde door als een waar archeoloog te werk te gaan en Troje in 1873 vanonder het zan tevoorschijn te brengen. Door zijn inzet werd de Ilias van Homeros geschiedenis.

Hierna het commentaar van Velikovsky betreffende het opgraven van Avaris:

THE GREATEST FORTRESS OF ANTIQUITY
With this imposing score of confirmations from the field of archaeology, ever growing since 1952, for my work of reconstruction of ancient history, the question could be asked: which test, besides a complete radiocarbon survey of the New Kingdom in Egypt would I desire and which discovery reflecting on chronological problems would I anticipate in the years to come? Compelling evidence will continue to arrive from almost every excavated place and there will be an ever-growing number of surprises. I shall select here one site of great promise for excavation. the identification of Avaris and el-Arish was offered by me as a crucial test—for my equation of the Hyksos (called Amu by the Egyptians) and the Amalekites, one of the basic contentions of Ages in Chaos:
“generally, Avaris is looked for in the eastern part of the Delta, from Pelusium to Heliopolis, passing through Tell el Her, el-Qantara, San el-Hagar (Tanis), Tell el-Yahudieh,” wrote P. Montet in Le Drame d’Avaris. The site as identified in Ages in Chaos is quite a distance northeast from the Delta: el-Arish is at the wadi of the same name, known in the Old Testament as Nakhal Mizraim (“Stream of Egypt” ), the historical frontier between Egypt and Palestine.
Despite many efforts made to have el-Arish surveyed and then also excavated, neither when the site was under the Egyptian authorities nor since it was occupied by the Israelis following the six-day war, has any survey or excavation taken place. In June 1968 John Holbrook jr., architect, backed by a group organized for the purpose of performing tests to determine the validity of my thesis (Foundation for Studies of Modern Science) proceeded to el-Arish in the military occupation zone to gain an impression as to the site of future excavation when, in days to come, such facilities might be extended, or permit granted. Chances are good that at such a time, however close or far, the excavators will lift sand from the greatest fortress of antiquity: before it fell it sheltered a huge garrison of warriors. It is also quite possible that much treasure had been dug into the ground by the besieged before the fortress that dominated the ancient East for several centuries surrendered. The virgin ground of the site never excavated cannot but entice the curiosity of field archaeologists; the prize of discovering Avaris is one of the great rewards that still lie in store for the enterprising.”

58 jaar na het gepubliceerd worden van ‘eeuwen in chaos’ is er wat de identificatie van Avaris met El Arisj betreft, nieuw archeologisch materiaal ter beschikking gekomen. De belangrijkste vondst is een stele met farao Kamose’ relaas over zijn (nijl)veldtocht tegen Avaris. Een offensief dat deze farao in diens derde regeringsjaar volbracht. Vanuit Thebe rukte hij langsheen de Nijl op naar het noorden, naar Avaris. Een offensief dat diende afgebroken te worden aangezien de Hyksos farao Apophis de Kushieten in het zuiden verleidde om Kamose in de rug aan te vallen. Kamose die tot aan de burcht Avaris geraakt was brak daarop de belegering af en wendde de steven terug naar het zuiden, naar Kush.

De volgende campagne tegen Avaris zou door de opvolger van Kamose, farao Ahmose uitgevoerd worden. Van deze veldtocht is ook nieuw archeologisch materiaal gevonden sinds het verschijnen van ‘eeuwen in chaos’. Het zogenaamde Rhind Mathematische Papyrus heeft op de rugzijde heel summier het militaire verloop van Ahmose’ strijd tegen Avaris vermeld:
“Regeringsjaar 11, tweede maand van Shomu, Heliopolis ingenomen. Eerste maand van Akhet, dag 23, de zuidelijke prins veroverde Tjaru.”

Ahmose rukte vanuit Thebe naar het noorden op. Heliopolis of On bereikte hij in juli, en daarop ging het langs een noordoostelijke zijarm van de Nijl richting kust naar Tjaru dat in oktober bereikt werd. Dit Tjaru kan alleen maar Tharu of het latere Rhinocolura – El Arisj zijn. De Egyptologen, na het bestuderen van deze nieuwe vondst, plaatsen dit voor hen onbekende Tjaru in het noordoosten in de buurt van Zile, en geven als commentaar dat door de inname van Tjaru, Ahmose hun Avaris, gelegen te Tell el Daba, wilde afsnijden van Kanaan. Alsof Ahmose zulk een actie niet beschreven zou hebben moest dat zijn intentie geweest zijn! Het is logischer aan te nemen dat Ahmose gewoon uitgevoerd heeft zoals in het papyrus beschreven werd, namelijk met zijn vloot noordwaarts naar Heliopolis, en daarop via het kanaal van het latere Bubastis, richting kust, daarop is hij langs de kust tot El Arisj getrokken. Te El Arisj was op dat moment koning Saul van Israël al bezig de macht van Amalek/Amoe/Hyksos te breken.

TELL EL DABA. Avaris?
Te Tell el Daba werd door Oostenrijkse archeologen een stad bloot gelegd met een Aziatische achtergrond. David Rohl maakte een thesis rond aardlaag ‘F’ te Tell el Daba; hij dateert ze ten tijde van de Bijbelse patriarch Jozef. Hij wijdt een hoofdstuk aan het vermeende graf van Jozef in zijn boek ‘A TEST OF TIME’. In een vernield beeld van een hoogwaardigheidsbekleder meent hij Jozef zelf te herkennen. De Aziatische trekken zijn nog af te leiden uit de restanten van het beeld. Gunnar Heinsohn, een bekende revisionist van de oudheid (Die Sumerer gab es nicht, 1988), stelt echter dat de straatgrafische laag F rond 750/720 v. Chr. gedateerd moet worden. Wanneer we Heinsohn’s stratigrafie volgen, kunnen we in deze tijdsperiode in het beeld Uzzia herkennen. Koning Uzzia van Juda heerste namelijk over de regio in de 8ste eeuw voor Christus.

Mijn identificatie van Uzzia met dit opgegraven beeld heeft als resultaat dat we een extra aanwijzing hebben voor de identificatie van Avaris met het huidige El Arisj. De Bijbel leert dat Uzzia’s roem zich tot in Egypte verbreidde. Er staat geschreven dat hij opklom tot een toppunt van macht, en dat hij een leger had van 307.500 soldaten. Wijd en zijd verbreidde zich zijn roem staat er geschreven.
Tegen deze achtergrond wordt het verhaal van Manetho, dat Josephus meent te moeten aanvallen, duidelijk. Josephus beschrijft dan, vanuit Egyptische bronnen, hoe Amenophis, volgens mijn variant duidelijk Amonhotep III, lepralijders, onder wie vele priesters, afzonderde door hen oostelijk van de Nijl in steengroeven te laten werken. Daarna wordt het deze mensen vergund zich in het dan onbewoonde Avaris te vestigen. Hierop stelden deze onfortuinlijke een zekere Osarsiph tot leider aan die daarop hulp in Jeruzalem ging zoeken. Op uitnodiging van deze verbannen Egyptenaren, die zich in het toen verlaten Avaris gevestigd hadden, rukte Uzzia Egypte binnen. Dat Avaris als een daarvoor onbewoonde stad aangeduid wordt, bevestigd Velikovsky’s identificatie van deze stad met El-Arisj aan de beek van Egypte.

 

Dit artikel is met toestemming overgenomen van Robert de Telder. Voor het originele artikel zie de onderstaande link:

http://www.chronology.be/Waar%20lag%20de%20stad%20Avaris.htm