Home Artikelen Geschiedenis Model van Robert de Telder De Centurio te Kapernaüm
De Centurio te Kapernaüm PDF Afdrukken E-mail

Bij het oppervlakkig lezen van beide Bijbelgedeelten lijkt het alsof de evangelisten elkaar tegenspreken. Bij Matteüs is het de honderdman zelf die Jezus tegemoet gaat wanneer deze Kapernaüm binnenkomt. Lucas echter verhaalt hoe de honderdman in zijn huis blijft maar enige oudsten der Joden naar Jezus stuurt met de bede dat zijn knecht genezen zou worden. Betrappen we de Bijbel hier op een fout, zoals sommige Bijbelcritici beweren?

Hierna volgen de twee betreffende Bijbelgedeelten. Wanneer we de twee verhalen naast elkaar zetten blijkt al dat we weliswaar met dezelfde honderdman te doen hebben maar dat het twee gebeurtenissen zijn op een verschillend tijdstip.

Matteüs 8:5 Toen Hij nu Kafarnaüm binnenging, kwam een hoofdman tot Hem met een bede, 6 en zeide: Here, mijn knecht ligt thuis, verlamd, met hevige pijn. 7 Hij zeide tot hem: Zal Ik komen en hem genezen? 8 Doch de hoofdman antwoordde en zeide: Here, ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn knecht zal herstellen. 9 Want ik ben zelf een ondergeschikte met soldaten onder mij, en ik zeg tot de één: Ga heen, en hij gaat heen, en tot een ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het. 10 Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich en zeide tot hen, die Hem volgden: Voorwaar, zeg Ik u, bij niemand in Israël heb Ik een zó groot geloof gevonden! 11 Ik zeg u, dat er velen zullen komen van oost en west en zullen aanliggen met Abraham en Isaak en Jakob in het Koninkrijk der hemelen; 12 maar de kinderen van het Koninkrijk zullen uitgeworpen worden in de buitenste duisternis; daar zal het geween zijn en het tandengeknars. 13 En Jezus zeide tot de hoofdman: Ga heen, u geschiede naar uw geloof. En de knecht genas, juist op dat uur.

NBG Vertaling 1951

 

Lucas 7: 1 Nadat Hij al zijn woorden ten aanhoren van het volk voleindigd had, ging Hij Kafarnaüm binnen. 2 Een slaaf nu van een hoofdman, die deze op hoge prijs stelde, was ernstig ongesteld en lag op sterven. 3 Toen hij van Jezus hoorde, zond hij enige oudsten der Joden tot Hem met het verzoek te komen en zijn slaaf in het leven te behouden. 4 Zij kwamen dan tot Jezus en drongen zeer bij Hem aan, want, zeiden zij, hij is waard, dat Gij dit voor hem doet; 5 want hij heeft ons volk lief en onze synagoge heeft hij gebouwd. 6 En Jezus ging met hen mede. Toen Hij niet ver meer van het huis was, zond de hoofdman vrienden om tot Hem te zeggen: Here, doe geen moeite, want ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt; 7 daarom heb ik ook mijzelf niet waardig geacht tot U te komen, maar spreek (slechts) een woord en mijn knecht moet herstellen. 8 Want ik neem zelf een ondergeschikte plaats in met soldaten onder mij, en ik zeg tot de een: Ga heen, en hij gaat heen, en tot een ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het. 9 Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij Zich over hem, en Zich kerende tot de schare, die Hem volgde, sprak Hij: Ik zeg u, zelfs in Israël heb Ik een zó groot geloof niet gevonden! 10 En toen zij, die gezonden waren, terugkwamen in het huis, vonden zij de slaaf gezond.

NBG Vertaling 1951

Het is het chronologisch op een tijdslijn zetten dat uitkomst biedt. De Heer Jezus is drie jaar in het openbaar in Israël opgetreden. Het is de evangelist Johannes die vier jaarlijkse pelgrimsfeesten naar Jeruzalem opgeeft voor deze periode. Naar het eerste Pesach in 27 AD wordt verwezen in Johannes 2:23, het tweede pelgrimsfeest van 28 AD naar Jeruzalem vinden we in Johannes 5:1, het derde in Johannes 6 in het jaar 29 AD en het laatste vermelde paasfeest in 30 AD is dat van Johannes 11 waar de Heer Jezus zich offert als het Paaslam. Dit is het eerste raamwerk voor onze chronologische opbouw. Het optreden van Johannes de doper begint in het jaar 26 AD, hetzelfde jaar dat Jezus zich liet dopen. Een gebeurtenis waar alle vier evangelisten naar verwijzen. Gevolgd met de verzoeking door satan in de woestijn waar Matteüs, Marcus en Lucas naar verwijzen. De evangelist Lucas bericht ons dat Jezus ‘omstreeks’ 30 jaar oud was toen Hij zijn bediening begon. Op onze tijdsbalk is dit 26 AD. In totaal 3 ½ jaar bediening.

Wat het jaar 30 AD absoluut verankerd met de dood, opstanding en hemelvaart van de Heiland is de chronologie van het apostolische optreden van Paulus. Deze chronologische gegevens passen alleen vanaf het jaar 30 AD. De dood van Koning Agrippa I valt namelijk in 44 AD met het tweede bezoek van Paulus aan Jeruzalem. Volgens de Galaten-brief hoofdstuk 2 was Paulus veertien jaar daarvoor uit Jeruzalem vertrokken. Het jaar 30 AD heeft ook 15 nisan op een vrijdag. Het jaar 30 ligt dus voor de hand met ‘Goede Vrijdag’ op zijn juiste plaats. Volgens joodse traditie eindigt een dag bij het ondergaan van de zon. De sabbat begint dus op vrijdagavond na het ondergaan van de zon. De 14de nisan in het jaar 30 viel dus op donderdag en donderdagavond begon theoretisch de 15de nisan.

27/28 AD HET DERTIGSTE JUBELJAAR
Het jaar 27 AD zag met de maand Tishri (september/oktober) het begin van een jubeljaar dat van september 27 AD tot oktober 28 AD gehouden werd. Het was dit jubeljaar – het jaar van het welbehagen des HEREN van de profeet Jesaja hoofdstuk 61 – dat Jezus inluidde in Lucas 4:16-30.

Verklaring Jubeljaren: zie link:
http://www.chronology.be/Chronologie%20van%20Juda%20en%20Israel.htm

Jezus maakte zich toen aan Israël bekend als de Gezalfde van de HEER – de Messias. Een jaar lang zou dit aanbod aan het Joodse volk om Hem te erkennen gelden. De geschiedenis kennen we: Hij kwam tot het zijne, en de zijnen hebben Hem niet aangenomen (Johannes 1:11). Het aanbod was echter geldig. De Bergrede van Matteüs hoofdstuk 5 tot en met hoofdstuk 8 volgt chronologisch na Lukas 4:16. De Bergrede is de grondwet van het Koninkrijk dat Israël toen aangeboden werd. Na de Bergrede zien we bij Matteüs dat Jezus de berg verlaat en na de genezing van een melaatse onmiddellijk Kapernaüm binnengaat en de persoonlijke ontmoeting met de honderdman plaatsvindt.

Conclusie 1: Matteüs 8:5-13 valt chronologisch in het najaar van 27 AD!

De hoofdstukken 8 tot en met 13 van Matteüs plaatsen zich in het jubeljaar 27/28 AD. De Joden wijzen Jezus echter af en vanaf hoofdstuk 13 spreekt Jezus alleen nog maar in gelijkenissen tot het volk. Alleen aan zijn discipelen verklaart Jezus de gelijkenissen. Van dan af is Zijn blik alleen nog gericht op Jeruzalem waar Hij in 30 AD Zich plaatsvervangend zal offeren voor de zonden van Israël en de wereld.

Matteüs 13: 10 De leerlingen kwamen naar hem toe en vroegen: ‘Waarom spreekt u in gelijkenissen tot hen?’ 11 Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen, hun is dat niet gegeven. 12 Want wie heeft zal nog meer krijgen, en het zal overvloedig zijn; maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen. 13 Dit is de reden waarom ik in gelijkenissen tot hen spreek: omdat zij ziende blind en horende doof zijn en niets begrijpen. 14 In hen komt deze profetie van Jesaja tot vervulling:
“Jullie zullen goed luisteren maar niets begrijpen,
en jullie zullen goed kijken maar geen inzicht hebben.
15 Want het hart van dit volk is afgestompt,
hun oren zijn doof
en hun ogen houden zij gesloten.
Met hun ogen willen ze niets zien,
met hun oren niets horen,
met hun hart niets begrijpen.
Want anders zouden ze tot inkeer komen
en zou ik hen genezen.”
16 Gelukkig jullie ogen omdat ze zien, en jullie oren omdat ze horen! 17 Want ik verzeker jullie: vele profeten en rechtvaardigen hebben ernaar verlangd te zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en te horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen.

Het wordt nu chronologisch eenvoudig om het verhaal van Lucas 7:1-10 op de tijdsbalk te plaatsen. We hebben gezien dat de gebeurtenissen van Lukas hoofdstuk 4 in het najaar van 27 AD te plaatsen zijn. Lukas 4:31 plaatst Jezus onmiddellijk in Kapernaüm maar zonder honderdman! Bij Lucas ook zien we daaropvolgend de Bergrede, de roeping der apostelen en een jaar lang wordt het messiaanse koninkrijk aan Israël aangeboden. Met wonderen en tekenen maakt Jezus aan de Joden duidelijk dat Hij de Messias, de Zoon van God is.

Conclusie 2: Lucas hoofdstuk 7 en de ontmoeting met de oudsten door dezelfde honderdman van Matteüs 8 naar de Heer Jezus gezonden, speelt zich een jaar later in 28 AD af!

En er zijn verschillen tussen de beschreven gebeurtenissen van Matteüs en Lucas. Bij Lucas is er heel duidelijk in de tussentijd een nieuwe synagoge met gelden van de honderdman gebouwd. Bij Lucas komt de heidense honderdman niet meer persoonlijk naar Jezus omdat hij inmiddels gelovig geworden is en nog meer zijn onwaardigheid beseft als voorheen bij Matteüs een jaar eerder.

Dat de Heilige Geest de evangelisten Matteüs en Lucas geïnspireerd heeft om twee maal het verhaal rond de honderdman te brengen onderlijnt het belang en de aandacht voor, van het geloof van deze man.

Lucas 7:9 Toen Jezus dit hoorde, verbaasde hij zich over hem; hij keerde zich om naar de menigte die hem volgde en zei: ‘Ik zeg jullie, zelfs in Israël heb ik niet zo’n groot geloof gevonden!’

Hebreeën 11:1 Het geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en het bewijs der dingen, die men niet ziet.

Dit artikel is met toestemming overgenomen van Robert de Telde. Voor het originele artikel zie de onderstaande link:

http://www.chronology.be/Centurio.htm