Enquête
Laatste Artikelen
- Jonge-aarde-scheppingsmodel: Een recente ontwikkeling?
- Ark Encounter Project van Answers in Genesis
- Conferentie ‘Exploring the World’ (1)
- Prof. Dr. Frans van Lunteren over Galilei
- Conferentie 'Exploring the World'
- Zeldzaam fossiel vliegende dinosauriër gevonden
- Kamer Herodes in theater blootgelegd
- Vliegende dino deed aan polsstokspringen
- Boekrecensie van Het grote ontwerp
- Boekrecensie van Nieuw atheïsme
Doneren
| De profeet Jona te Nineveh |
|
|
|
|
Deze website houdt zich in de eerste plaats bezig met chronologie en de enige bedoeling van dit artikel is dan ook om de profeet Jona op de tijdsbalk te plaatsen. Daarnaast wil ik (Robert de Telder) de koning van Assyrië identificeren die zich tot de God van Israël keerde voor uitredding. De Bijbel leert dat Jonas bediening als profeet ten tijde van de regering van koning Jerobeam II van het tienstammenrijk liep: 2 Koningen 14:23 In het vijftiende jaar van Amasja, de zoon van Joas, de koning van Juda, werd Jerobeam, de zoon van Joas, de koning van Israël, koning te Samaria; hij regeerde eenenveertig jaar. 24 Hij deed wat kwaad is in de ogen des HEREN, hij week niet af van al de zonden die Jerobeam, de zoon van Nebat, Israël had doen bedrijven. 25 Hij heroverde het gebied van Israël, van de weg naar Hamat tot de zee der Vlakte, volgens het woord dat de HERE, de God van Israël, gesproken had door zijn knecht, de profeet Jona, de zoon van Amittai, uit Gat-Hachefer. 26 Want de HERE had gezien, dat de ellende van Israël zeer bitter was, dat het met hoog als met laag gedaan was en dat er geen helper was voor Israël. 27 Maar de HERE had niet gezegd, dat Hij de naam van Israël van onder de hemel zou uitwissen; dus verloste Hij hen door Jerobeam, de zoon van Joas. (NBG Vertaling 1951) En ook de Joodse historicus Flavius Josephus plaatst de bediening van Jona ten tijde van de een en veertigjarige regeringsperiode van Jerobeam II maar geeft verder geen exacte tijdsaanduiding wanneer juist Jona de stad Nineveh bezocht. Zie Flavius Josephus, Joodse Oudheden Boek IX, x, 1-2 Beide historische bronnen, de Bijbel en Josephus, brengen een bijzondere geschiedenis over Nineveh: de bekering namelijk van een Assyrische koning tot de God van Israël, en dit naar aanleiding van de oordeelsaankondiging van de Hebreeuwse profeet Jona te Nineveh. Deze historische gebeurtenis werd echter niet in Assyrische bronnen opgetekend. Het is duidelijk dat de Assyrische kroniekschrijvers deze vermaledijde koning, die de goden van Assyrië inruilde, gewist ‘deleted’ hebben. Men kan spreken van een ‘damnatio memoriae’ voor Assyrië. Hierna het relevante Bijbelgedeelte: Jona 3:1 Het woord des HEREN kwam ten tweeden male tot Jona: 2 Maak u op, ga naar Nineveh, de grote stad, en breng haar de prediking, die Ik tot u spreken zal. 3 Toen maakte Jona zich op en ging naar Nineveh, overeenkomstig het woord des HEREN. Nineveh nu was een geweldig grote stad, van drie dagreizen. 4 En Jona begon de stad in te gaan, één dagreis, en hij predikte en zeide: Nog veertig dagen en Nineveh wordt ondersteboven gekeerd! 5 En de mannen van Nineveh geloofden God en riepen een vasten uit en bekleedden zich, van groot tot klein, met rouwgewaden. 6 Toen het woord de koning van Nineveh bereikte, stond hij op van zijn troon, legde zijn opperkleed af, trok een rouwgewaad aan en zette zich neder in de as. 7 En men riep uit en zeide in Nineveh op bevel van de koning en van zijn groten: Mens en dier, runderen en schapen mogen niets nuttigen, niet grazen en geen water drinken. 8 Zij moeten gehuld zijn in rouwgewaden, mens en dier, en met kracht tot God roepen en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg, en van het onrecht dat aan hun handen kleeft. 9 Wie weet, God mocht Zich omkeren en berouw krijgen en zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet te gronde gaan. 10 Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet. Het deleten van deze historische gebeurtenis door de Assyriërs is opnieuw een aanwijzing dat de Assyrische historische bronnen niet betrouwbaar zijn. Het afwenden van de geprofeteerde ramp die Nineveh ondersteboven zou keren postuleer ik te hebben plaatsgevonden in het jaar 776 voor Christus. Het is het jaar dat in de oude wereld de Olympische Spelen van start gingen en dit uit dankbaarheid, naar hun goden toe, voor het afwenden van ‘de’ ramp. Er was namelijk al eerder een cyclus van rampen bezig die ongeveer alle dertien jaar de planeet aarde met allerhande calamiteiten teisterde. In mijn werk ‘Genesis versus Egyptologie’ duid ik jaartallen aan. De jaren voor Christus: 860, 840, 830, 816, 802 en 790 waren getuigen van deze calamiteiten. We kunnen ons voorstellen dat de oude wereld vol spanning en angst rond 776 v. Chr. uitzag naar de volgende ramp die over hen heen moest komen. In 776 v. Chr. werd deze ramp afgewend en het zou tot 761 v. Chr. duren alvorens een nieuwe cyclus van start ging met de volgende rampjaren: 761, 748, 735, 722 en 709 v. Chr. Het plaatsen van Jona te Nineveh op de tijdsbalk in 776 v. Chr. maakt dat zijn bediening binnen de regeerperiode van Jerobeam II valt. Maar nog belangrijker vind ik dat, volgens mijn herziening, tijdens deze tijdsperiode in Assyrië koning Sardanapallos op de troon zat. Een naam die ons via de Grieken overgeleverd werd. In mijn revisie van de Assyrische koningslijsten plaatste ik Sardanapallos op de tijdsbalk tussen Tiglath Pileser III en Assur Nerari V. Het is deze koning, met de Griekse naam Sardanapallos, die in de Assyrische koningslijsten ontbreekt, die voor uitredding, naar aanleiding van de boodschap van de profeet Jona zich tot de God van Israël keerde en niet tot de afgoden van Assyrië. Een goede (Assyrische) reden om zijn naam te wissen. De Bijbel door monde van de profeet Hosea, geeft het Hebreeuwse equivalent voor koning Sardanapallos: JAREB. Hierna het betreffende Bijbelgedeelte: Hosea 5:8 Blaast de bazuin in Gibea, de trompet in Rama! Maakt alarm in Bet-Awen! Achter u, Benjamin! 9 Tot een woestenij zal Efraïm worden ten dage des oordeels. Over de stammen Israëls maak Ik bekend wat vast besloten is. 10 De vorsten van Juda zijn als zij die de grenzen verleggen. Op hen zal Ik mijn verbolgenheid uitgieten als water. 11 Verdrukt is Efraïm, verpletterd door het recht, omdat hij heeft verkozen het ijdele te volgen. 12 Daarom ben Ik voor Efraïm als een mot, en als een beeneter voor het huis van Juda. 13 Toen Efraïm zijn krankheid zag, en Juda zijn gezwel, ging Efraïm naar Assur en zond boden naar koning JAREB (Strijdlust). Deze echter kan u geen genezing schenken, en zal het gezwel van u niet wegnemen. Hosea 10:1 Israël is een welige wijnstok, die zijn vruchten voortbrengt; naarmate hij meer vrucht verkreeg, maakte hij meer altaren; naarmate het zijn land beter ging, maakte hij mooiere gewijde stenen. 2 Bedrieglijk was hun hart, nu zullen zij hun schuld boeten: Hij zal hun altaren verwoesten, hun gewijde stenen vernielen. 3 Nu zeggen zij wel: Wij hebben geen koning – maar, wanneer wij de HERE niet vrezen, wat zou dan de koning voor ons kunnen doen? 4 Zij spreken holle woorden: zweren valse eden, sluiten maar verbonden. En het gericht schiet op als een gifplant in de voren van de akker. 5 Om dat kalf van Bet-Awen zijn de inwoners van Samaria bezorgd; ja, daarover treurt het volk, daarover maken de afgodspriesters misbaar, omdat de heerlijkheid daarvan is geweken. 6 Ja, het wordt zelf naar Assur gebracht als een geschenk voor koning (sv)JAREB (Strijdlust). In de grondtekst van de Bijbel staat er ‘Jareb’ wat de SV Statenvertaling correct als een eigennaam doorgaf. De NBG Vertaling (1951) vertaalde JAREB met ‘Strijdlust’ wat redelijk correct is. De NBV vertaling (2004) maakte er echter ‘kemphaan’ van, wat voor onze geschiedschrijving onbruikbaar is. De meeste Engelse vertalingen van de Bijbel geven ‘Contender’ voor Jareb weer, wat volgens mij dichter bij de verklaring van de historische Jareb staat. Het Engelse ‘contender’ sluit namelijk volledig aan met de historische situatie in het Assyrië van de 8ste eeuw voor Chr.! De definitie van ‘contender’ is als volgt: JAREB is aldus de gehate naam die door zijn Assyrische tegenstanders na hun overwinning, deleted werd. Een koning contender die het uiteindelijk na veel strijd en streven tegen usurpators voor zijn troon moest afgeven. Vanuit de Bijbel kan deze gebeurtenis redelijk goed op de tijdsbalk geduid worden. Hosea (1:1) trad in Israël op ten tijde van koning Uzzia, Jotham, Achaz en Jehizkia, koningen van Juda, en in de dagen van Jerobeam, de zoon van Joas, koning van Israël. Deze tijdspanne is dezelfde als de tijd wanneer de profeet Jona naar Nineveh gezonden werd. De profetische woorden aangaande JAREB werden uitgesproken/vervuld na de dood van Jerobeam tijdens de periode van 775 tot 764 v. Chr. wanneer het tienstammenrijk zonder koning zat. Deze tussenperiode in de lijn van de koningen van het tienstammenrijk werd eveneens door Hosea voorspeld: Hosea 3: … 4 Want vele dagen zullen de Israëlieten blijven zitten zonder koning en zonder vorst, zonder offer en zonder gewijde steen, zonder efod of terafim. … Hosea hoofdstuk vijf en verder beschrijft de toestand in Israël na de dood van Jerobeam II. Dezelfde tijd dus dat JAREB koning van Assyrië was met als hoofdstad Nineveh. Dat in de Assyrische koningslijsten namen ontbreken heeft Dr. Arie Dirkzwager in het verleden al onder de aandacht gebracht. Zijn studies dienaangaande werden al eerder gepubliceerd. Voor een voorbeeld, zie: Bijbel en Wetenschap, 13de jaargang, nr. 116, november 1988, Arbaces, Jareb en de Assyrische chronologie.
Dit artikel is met toestemming overgenomen van Robert de Telder. Voor het originele artikel zie de onderstaande link: |




