Enquête
Laatste Artikelen
- Jonge-aarde-scheppingsmodel: Een recente ontwikkeling?
- Ark Encounter Project van Answers in Genesis
- Conferentie ‘Exploring the World’ (1)
- Prof. Dr. Frans van Lunteren over Galilei
- Conferentie 'Exploring the World'
- Zeldzaam fossiel vliegende dinosauriër gevonden
- Kamer Herodes in theater blootgelegd
- Vliegende dino deed aan polsstokspringen
- Boekrecensie van Het grote ontwerp
- Boekrecensie van Nieuw atheïsme
Doneren
| Boekrecensie Dinosaurussen van Duane T. Gish in het RD |
|
|
|
|
Twee cowboys schieten in 1890 een enorm vliegend dier neer. Het heeft uitpuilende ogen en een krokodillenbek van 2,5 meter. De krant Tombstone Epitaph van 26 april suggereert dat dit de zogenaamde ”thunderbird” uit de indiaanse legendes zou kunnen zijn. In elk geval komt een Texaans fossiel van de quetzalcoatlus uit 1972 treffend overeen met de beschrijving van het monster. Het jeugdboek ”Dinosaurussen” van biochemicus dr. Duane Gish is in meer dan één opzicht opmerkelijk. De gangbare opvatting dat dinosauriërs 65 miljoen tot 250 miljoen jaar geleden leefden, deelt hij niet. Hij gaat er zelfs van uit dat ze nu nog kunnen voorkomen in ontoegankelijke gebieden op aarde. Een aanwijzing daarvoor komt van pygmeeën uit Congo. Die kennen de ”mokele mbembe”, „een bruingrijs glad dier, veel groter dan een olifant met een heel lange staart, zo sterk als van een krokodil.” Dinosauriërs komen ook in de Bijbel voor. In het Bijbelboek Job -2000 jaar voor Christus- staat het Hebreeuwse woord ”behemoth”, een dier met een staart als een ceder en een enorme muil. Voor Gish is het duidelijk dat dit geen nijlpaard kan zijn, maar wel een brachiosaurus: „Heb je ooit de staart van een nijlpaard gezien?” Drakenverhalen zijn voor Gish een aanwijzing dat volkeren in de oudheid bekend zijn geweest met het bestaan van dinosauriërs. Zo liet Nebukadnezar in de Ishtarpoort de afbeelding van een draak met de naam Sirrush beeldhouwen. Chinese draken konden eieren leggen, dinosauriërs deden dat ook. Bovendien is de legende van Sint-Joris, die rond het jaar 300 een draak doodde, volgens Gish niet uit de lucht gegrepen. „We weten dat Sint-Joris echt heeft geleefd en als martelaar gestorven is op 23 april 303.” Het meeste wat we nu weten over dinosauriërs is gebaseerd op gefossiliseerde botten, pootafdrukken en eieren. Fossielen van dinosauriërs zijn over heel de wereld gevonden, soms in fossielenkerkhoven waar de beenderen van verschillende soorten dinosaurussen bij elkaar liggen. Cirkelredenering Tijdens het fossilisatieproces wordt elk stukje in het bot of de plant stukje bij beetje vervangen door mineralen -zoals silica, calciet en pyriet- die opgelost zijn in grondwater. Het wordt zo hard als steen. Het is in feite ook steen geworden.” Het proces om fossiel te worden duurt volgens Gish geen miljoenen en zelfs geen duizenden jaren. „In een oude verlaten mijnschacht vond men een hoed van een mijnwerker die hij daar vijftig jaar eerder had verloren. Die hoed was zo hard als steen geworden.” Gish beschrijft gedetailleerd het proces van opgraven en conserveren van fossielen. „Zodra de botten bloot liggen, begint het in kaart brengen. Elk fossiel krijgt een nummer, wordt gemeten, gefotografeerd en er worden aantekeningen gemaakt. Zodra een fossiel blootstaat aan lucht en vochtigheid gaat het achteruit in kwaliteit. Om het te harden bespuit de conservator het met hars, lijm of schellak. Stukken die breken, lijmt hij voorzichtig aan elkaar.” Als de fossielen schoongemaakt, hersteld en beschreven zijn, zetten de preparateurs ze in elkaar tot een staand skelet. „Dit is een behoorlijke klus. Een skelet kan wel uit honderden botten bestaan.” Vreselijke hagedis Evolutionisten die beweren dat vogels zijn ontstaan uit dinosauriërs hebben volgens Gish een probleem. Sommige typen dinosauriërs hebben namelijk vogelheupen, terwijl andere soorten hagedisheupen hebben. Frappant is dat dinosaurussen, die volgens de evolutietheorie in aanmerking zouden komen als voorlopers van vogels, juist de typische hagedisheupen hebben. Voor Gish vormt dat feit geen enkel probleem: „God maakte hem zo.” Alle fossielen die gevonden zijn, laten volgens Gish overblijfselen van een kant-en-klaar dier zien. „Geen van de dieren is voor 25, 50 of 75 procent op weg om te veranderen; ze zijn allemaal 100 procent compleet. Fossielen vormen een krachtig bewijs tegen evolutie.”
Dit boek is in onze webshop te koop!
Voor de rest van dit artikel zie de onderstaande link: http://www.refdag.nl/artikel/1380522/Dinofossielen+bewijs+tegen+evolutie.html |




