Home Overige Onderwerpen Darwin (Zijn leven en theorie) Lab van talmende kamergeleerde
Lab van talmende kamergeleerde PDF Afdrukken E-mail

„Dit zal het adres zijn voor de rest van mijn leven.” Darwin houdt woord, want Down House in Kent biedt hem veertig jaar lang onderdak en is tegelijkertijd zijn onderzoeksinstituut. De kamergeleerde kan zijn borst natmaken; hij krijgt dit jaar postuum vast veel verjaardagsvisite.

Biggin Hill Airport ligt vlakbij en laat zich nadrukkelijk horen, maar grijze eekhoorns hebben schijnbaar lak aan ronkende vliegtuigmotoren. De beestjes huppelen vrijpostig over de Sandwalk, een 400 meter lange, zanderige lus. Anderhalve eeuw geleden maakt Darwin, ongeacht het weer, dagelijks een mediterend ommetje op dit platgetreden „denkpad” in zijn achtertuin. In alle rust en stilte, want de Britse luchtmacht neemt de vliegbasis pas in 1917 in gebruik, 35 jaar na zijn dood. Al kuierend mijmert de naturalist over vraagstukken. Hoe moeilijker ze zijn, hoe meer rondjes hij loopt. Bij het beginpunt stapelt de wandelaar enkele keitjes op, en iedere keer als hij langskomt, slaat hij de bovenste steen er met zijn stok af. „Driesteensproblemen” zijn vaak het taaist, merkt Darwin op, die zijn ogen meestal goed de kost geeft.

Soms rennen zijn kinderen voor hem uit en spelen ze indiaantje of verstoppertje. Het is de natuurvorser opgevallen dat de heggen en houtwallen ook hommels schuilmogelijkheden bieden. De insecten onderbreken steeds op dezelfde plekken hun vlucht en beginnen juist daar te zoemen. Darwin wil daar het fijne van weten en laat de jongens als zandhazen tussen de struiken tijgeren om de behaarde bestuivers op te sporen. Op die manier ontdekt hij dat de vliegroutes elk jaar hetzelfde zijn en dat ook de zoemplekken nauwelijks een centimeter verschuiven.

Vogelpoep biedt eveneens verrassingen, zoals zaadjes die je kunt laten ontkiemen. Zo slaagt hij erin een taxus, heggenrank, hulst, meidoorn, wilde roos en framboos tot wasdom te brengen. Dat geldt overigens voor de meeste hoge bomen langs de Sandwalk, die eigenhandig door hem zijn geplant, nadat Charles in deze contreien zijn definitieve stek heeft gevonden.

Ballingsoord
Vijf jaar na de Beagletrip gaan Darwin en zijn hoogzwangere, „lieve vrouwtje” Emma op huizenjacht in het heuvelachtige Kent. Om allerlei sociale verplichtingen in Londen te ontlopen, maar ook vanwege het lawaai, de vuiligheid en het gevaar voor besmettelijke ziekten. En de arbeidersrelletjes die telkens in de Britse hoofdstad de kop opsteken.

In Downe (op dat moment nog zonder e), met de koets twee uur rijden van London Bridge, valt hun oog op een pastorie met zeven hectare grond. De woning is niet bijster aantrekkelijk, maar de 33-jarige Charles pingelt de prijs naar 2000 pond. Hij blijft op de centjes letten, hoewel het gezin zich in materieel opzicht geen zorgen hoeft te maken. Emma is een telg van de steenrijke Wedgwood en ook Darwins vader stopt zijn jongste zoon zo veel toe dat Charles levenslang niet voor zijn brood hoeft te werken. Bovendien kan het echtpaar zich een stoet bedienden veroorloven, onder wie Joseph Parslow, die zijn meester 36 jaar als butler trouw blijft.

In plaats van zich verder op te werken in de wetenschappelijke wereld, trekt Darwin zich de rest van zijn leven in Downe terug. Het plattelandsdorpje beschouwt hij als een zelfgekozen ballingsoord, waar hij in alle rust verder kan broeden op de idee van evolutie door natuurlijke selectie. Charles mijdt feestjes en weigert jarenlang buitenshuis te slapen, tenzij het een plek is waar hij zich veilig waant, bijvoorbeeld bij naaste familieleden. Darwin: „Er zijn weinig mensen die zo teruggetrokken hebben geleefd als wij. Behalve bezoekjes aan verwanten, en af en toe aan de kust, gingen we nergens naartoe. Toen we hier pas woonden, gingen we nog wel eens uit en ontvingen we nu en dan vrienden, maar mijn gezondheid had altijd te lijden door de opwinding die dat veroorzaakte, met als gevolg hevige rillingen en braakaanvallen.”

Reconstructie
Wie daar behoefte aan heeft, kan zelf ervaren in welke omgeving de „grote denker” veertig jaar lang vertoefde. Sir David Attenborough, ’s werelds bekendste natuurfilmer en inmiddels ruim 82 jaar, loodst de bezoeker via een zakcomputer enthousiast door het pand. In stuwend, poëtisch Engels.

English Heritage, die sinds 1996 de scepter over Darwins voormalige bezit zwaait, renoveerde direct grondig de inrichting en rondde vorige maand opnieuw een ingrijpende verbouwing af, die de kas ruim 1,1 miljoen euro lichter maakte. Nu is vooral de eerste verdieping aangepakt. De zeven slaapkamers zijn ingeruimd voor een nieuwe tentoonstelling over Darwins leef- en denkwereld. Met behulp van digitale videotechnieken komt ook de betrokkene levensecht in beeld, aan boord van de Beagle en met een donkere baard.

Darwin wist vooraf dat de ruimte aan boord krap zou zijn, maar slikt wel even als kapitein FitzRoy hem de ”cabin” wijst waar hij vijf jaar moet bivakkeren. Zijn hut, waar de onbetaalde varensgast in een hangmatje boven de tafel mag slapen, is op ware grootte nagebouwd. Notitieboekjes die hij tijdens de reis vol krabbelt met moeilijke leesbare hanenpoten, zijn kompas, minipistool en andere persoonlijke eigendommen maken de „interactieve belevenis” compleet.

De studeerkamer op de begane grond oogt alsof de geleerde eigenaar even de gang op is gelopen voor een snuifje; Darwin houdt zijn tabaksdoos consequent buiten de deur om niet te vaak in de verleiding te komen. Ook de woon- en de eetkamer zijn volgens conservator Annie Kemkaren-Smith „min of meer” hetzelfde als tijdens zijn laatste levensdagen. „Geprobeerd is de huiselijke sfeer te reconstrueren. Aan de hand van oude foto’s, gemaakt door Darwins oudste zoon William, en afgaande op beschrijvingen van personen die destijds over de vloer kwamen. We tonen objecten die eerder niet te zien waren.” Zoals het Wedgwoodservies dat Charles van zijn moeder erfde. De biljarttafel blijkt niet het exemplaar waarop Darwin en zijn butler geregeld een bal proberen te potten, maar is een replica.

Klinisch ingericht
Een eerdere poging in 2006 strandde, maar de Britse overheid droeg Down House eind januari opnieuw voor als kandidaat voor de Werelderfgoedlijst van Unesco, waar ook Stonehenge, Kew Gardens en de Galapagoseilanden op staan. Annie Kemkaren-Smith hoopt dat het nu lukt, want in haar ogen is deze tastbare nalatenschap „van wereldbelang.”

„Zie het als een erkenning voor Darwins werk. Downe vormde het middelpunt van zijn bezigheden. Hier deed hij allerlei experimenten om zijn theorie te onderbouwen. Veel planten en dieren die Darwin bestudeerde én hun leefgebieden zijn in deze omgeving nog te vinden. Het is eigenlijk een openluchtlaboratorium. Op deze plek kwam hij tot het inzicht dat de evolutie van soorten wordt gedreven door een proces van natuurlijke selectie. Een idee dat een ongekende invloed had op allerlei takken van de wetenschap, zodat Darwins naam overal ter wereld wordt genoemd.”

 

Voor de rest van dit artikel zie de onderstaande link:

http://www.refdag.nl/artikel/1395343/Lab+van+talmende+kamergeleerde.html