Home Artikelen Paleontologie Dinosauriërs Zacht weefsel weer eens door de mangel
Zacht weefsel weer eens door de mangel PDF Afdrukken E-mail
In het Nederlands Dagblad stond gisteren een artikel waarin de ontdekking van zacht weefsel in dinosaurusbotten in 2005 in twijfel wordt getrokken. René Fransen denkt met stelligheid te kunnen beweren dat het 'zachte weefsel' een bacteriële vervuiling blijkt te zijn. "De vondst van zacht weefsel in fossiele botten van een Tyrannosaurus rex was in 2005 groot nieuws." Zo schrijft hij. "De botten waren naar schatting 68 miljoen jaar oud en het was de vraag hoe het zachte weefsel al die tijd intact kon blijven. Creationisten stelden dat het zachte weefsel een bewijs was dat de fossielen nooit miljoenen jaren oud konden zijn."
Dit zou inderdaad het geval zijn, maar we zijn nog niet klaar...
Hij gaat verder: "Gisteren publiceerden Amerikaanse onderzoekers in het internettijdschrift PLoS ONE1  dat het niet gaat om echt dinosaurusweefsel, maar om vervuiling door bacteriën." Ze zouden een soort 'biofilm' hebben afgezet. Het onderzoek werd geleid door Thomas Kaye van het Burke Museum of Natural History in Seattle. Hij en zijn collega's vonden structuren in het bot, die hier en daar loslieten. Die kwamen overeen met wat de onderzoekers verwachten van een biofilm. Het collageen dat in de fossiele resten aanwezig was kan volgens de onderzoekers ook door bacteriën gevormd worden. Met behulp van de koolstof-14 methode werd het zachte materiaal op zo'n vijftig jaar oud geschat.
Helaas voor ons creationisten dus... of toch niet?
Aan de bezwaren en de verdediging tegen die bezwaren is al eens uitvoerig aandacht besteed in het artikel
Zacht weefsel in dinosaurusbotten betwijfeld en verdedigd, van 11 november 2006. Dit artikel van PLoS voegt daar niet veel nieuws aan toe. De nieuwssites Science Daily, PhysOrg en Reuters besteedden er ook aandacht aan.
New Scientist vermeldt echter ook nog dat de ontdekster van het zachte weefsel, Mary Schweitzer, nog niet overtuigd is. Haar onderzoeken wezen uit dat het dinosauruscollageen leek op dat van kippen en het collageen van de mammoet leek op dat van olifanten. Kaye gaf daar volgens haar geen goede verklaring voor. Kaye gaf toe: "Wij zijn geen experts op dit gebied. We gaan ook niet in tegen het feit dat hun instrumenten eiwitten hebben gedetecteerd. We bieden een alternatieve verklaring."
De originele publicatie ging wat dieper in op de aanwijzingen dat de eiwitten van hedendaagse bacteriën afkomstig zijn. Ze zijn ook in staat om structuren te produceren die op bloedvaten lijken. Dit is echter niet eenvoudig te zien door ze onder een microscoop te leggen en de methoden die gebruikt zijn om het te bepalen of dit bij de fossielen ook het geval is geweest, kunnen op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. Maar omdat bacteriën in staat lijken te zijn om deze structuren te produceren menen ze toch een goede alternatieve verklaring te hebben voor het zachte materiaal en dat het niet van de oorspronkelijke dinosaurus afkomstig hoeft te zijn.
National Geographic rapporteert dat Mary Schweitzer bij haar standpunt blijft. Ze geeft daarvoor de volgende tegenargumenten: (1) Er zijn geen biofilms gevonden met vertakkende holle buisjes zoals ze die vond in het T-Rex bot. (2) De zwaartekracht zou ervoor zorgen dat de buisjes aan de onderkant dikker waren, wat niet het geval was bij hun vondst. (3) Bacteriën die methaan ademen zijn nog nooit in bot waargenomen. (4) Het team van Keye is nog niet ingegaan op de chemische bewijsvoering die zij voor het zachte weefsel heeft aangedragen.
Keye wilde niet ontkennen dat er echt dinosauruseiwit in het bot zit. Hij vroeg zich alleen af waarom er dan zo weinig van is.
Een paleontoloog van het National Museum of Natural History vond dat er voor beide argumenten iets te zeggen was en dat hij niet wist waar hij zijn geld op moest inzetten als hij erom moest wedden.
1.  Kaye, Gaugler and Sawlowicz, "Dinosaurian Soft Tissues Interpreted as Bacterial Biofilms," Public Library of Science One 3(7): e2808 doi:10.1371/journal.pone.0002808.
Je moet inderdaad afgaan op wat de feiten te bieden hebben. En als zou blijken dat het zachte weefsel niet of nauwelijks van de dino zelf afkomstig is, dan moeten we ons daar bij neerleggen.
Er blijven echter nog steeds vragen openstaan. Er zouden nog steeds delen van het oorspronkelijke weefsel aanwezig kunnen zijn. De argumenten die naar voren gebracht zijn in het artikel van
11 november 2006 blijven nog steeds van kracht. Het bacterie-argument wordt daar ook al in behandeld. Waarom zouden bacteriën het wel 68 miljoen jaar in dat bot kunnen uithouden? Als de biofilms jong gedateerd worden en bacteriën er nog steeds in rondzwemmen, zou dat betekenen dat ze daar al die tijd hebben gezeten. Hoe waarschijnlijk is het dat de biofilm al die miljoenen jaren de vorm van het originele dinosaurusweefsel heeft kunnen behouden? En zelfs zo dat het onderzoekers voor de gek kan houden? Zelfs al zou Keye gelijk krijgen, dan nog zijn er goede argumenten dat het bot jong is en geen miljoenen jaren oud.
En zelfs al zouden we deze slag verliezen, het creationisme is hier niet van afhankelijk. Het zou interessant zijn, maar we hebben geen zacht weefsel nodig om de miljoenen jaren te ontkrachten. Evolutionisten hebben die miljoenen jaren wel keihard nodig. Zonder die lange perioden wordt evolutie van microbe naar microbioloog erg ongeloofwaardig. Daarom zullen evolutionisten hun miljoenen jaren ook altijd vurig blijven verdedigen en elke kans benutten om creationisten belachelijk te maken.
 
Dit artikel is met toestemming overgenomen van de website SchepperenZoon. Voor het originele artikel zie de onderstaande link: