Home Artikelen Theologie Apologetiek Niet arrogant om naar God te luisteren
Niet arrogant om naar God te luisteren PDF Afdrukken E-mail

Is het niet arrogant om te zeggen dat alleen het christelijk geloof waar is?

Soms krijgen christenen het verwijt dat ze veel te stellig over hun geloof spreken. Alleen hun eigen geloof zou waar zijn. En ze roepen ook nog eens iedereen op om ook christen te worden. Mensen kunnen dit ervaren als eigenwijs, kortzichtig, of zelfs arrogant. Het komt op hen over alsof christenen maar moeilijk op een faire manier naar de godsdienst van een ander kunnen kijken, laat staan dat ze deze kunnen waarderen.

Deze kritiek is zeker niet nieuw. Zo werden ten tijde van de Vroege Kerk christenen ook wel ervaren door de Romeinen. Iemand als Celsus, een groot bestrijder van de christenen in de tweede eeuw, achtte het een duidelijk teken van domheid van de christenen dat zij alleen hun eigen geloof goed achtten en elk ander geloof afwezen.

Nu kunnen bepaalde christenen inderdaad een hooghartig karakter hebben. Als een christen daardoor wordt gekenmerkt, is dat niet iets wat wezenlijk bij het geloof hoort. Het Evangelie benadrukt immers naastenliefde en nederigheid. Christenen die op andere mensen neerkijken, werpen een smet op de naam van Christus en moeten zich daarvan bekeren.

Maar daarop richt de kritiek zich niet in de eerste plaats. Nee, het gaat om de pretentie dat we alleen door het christelijk geloof de levende God kunnen leren kennen. Al is een christen voor de rest nog zo beschaafd, bescheiden, respectvol: dan toch ligt er het verwijt van arrogantie. Want zo’n opvatting zou tekortdoen aan de ander in zijn oprechte godsdienstige overtuiging.

De vraag is allereerst of dit verwijt recht doet aan het christelijk geloof. Want wijst het christelijk geloof eigenlijk wel alles van andere godsdiensten af? Dat wordt soms snel gezegd, maar daarmee is dat nog niet juist.

Neem allereerst het jodendom. De Heere Jezus was een Jood die de joodse wetten onderhield. Christenen erkennen dat het Oude Testament zich voortzet en tot volle ontplooiing is gekomen in het christelijk geloof. Dus het christelijk geloof is niet een afwijzing van het jodendom en het Oude Testament als zou het Joodse geloof geheel onwaar zijn. Integendeel: het is juist opgenomen, voortgezet, verrijkt en vervuld in het christelijk geloof. Daarmee ligt er veel verwantschap met het Joodse geloof, dat zich baseert op het Oude Testament.

Heidenen

Vervolgens het heidendom. Als Paulus in Athene zijn toespraak houdt (Handelingen 17), wijst hij niet alles van het heidendom af. Hij spreekt over God als Schepper, Die rondom alle mensen is. Alle mensen zijn al tastend op zoek naar God. Paulus noemt hun verering van de onbekende God een verwijzing naar de levende God, Die zij zonder Hem te kennen vereren. Ook haalt de apostel een heidense dichter aan die had gezegd dat we als mensen „van Gods geslacht zijn.” Paulus vertelt de Atheners dat hij is gezonden om hen bekend te maken met de levende God. Want God heeft een man, Jezus, opgewekt uit de dood en Hem daarmee aangewezen als Rechter en Koning over allen. Zo geeft Paulus een de ene kant een plek aan de tastende pogingen van de heidenen op godsdienstig gebied, maar bepaalt hij tegelijk bij de persoon van Christus, Die door God is aangewezen ten behoeve van alle volken.

De eeuwen daarna zien we in de contacten tussen christenen en heidenen iets dergelijks. Augustinus vertelt in zijn ”Belijdenissen” hoe hij dankzij sommige heidense filosofen het inzicht had gekregen dat er één ware God is. Zeker, als hij later dankzij de Bijbel God sprekend en levend ontmoet, dan geeft hij aan hoe beperkt en vaag deze kennis van deze heidenen is. Pas in de Bijbel vindt er een echte ontmoeting plaats met God waarin Hij tot je spreekt, je Zijn liefde laat ervaren, Zijn heiligheid doet zien. Maar het is niet: alles of niets. Nee, de heidenen spreken tastend en mogen soms toch in een goede richting wijzen. Maar het verbleekt inderdaad bij de openbaring van God Zelf, zoals we die in de Bijbel vinden.

Iets vergelijkbaars kun je zeggen over de islam. Mohammed leefde zo’n zes eeuwen na de kruisiging en opstanding van de Heere Jezus. In de Koran nam hij gedeelten (vooral historische stukken) over uit het Oude en Nieuwe Testament, die hij wel op een eigen manier bewerkte. Het christendom wijst Mohammed af als geestelijk leider, omdat wij in de Zoon van God de levende en ware toegang tot God hebben ontvangen. Maar tegelijk onderschrijven we zijn oproep dat de ene Schepper door alle mensen gediend moet worden.

Vergelijk daar de houding mee van mensen in onze tijd die niet in God geloven. Die verklaren in feite elke godsdienst tot onwaarheid en onzin. Daardoor geven ze aan dat zeker 95 procent van de mensen van alle tijden zich vergist hebben. Als een bepaalde stellingname arrogant genoemd moet worden, is het deze wel. Dat mag je dan ook voorhouden aan iemand die elke godsdienst als onwaar beziet en tegelijk kritiek heeft op het christendom als zou het arrogant zijn.

Mildheid

Dan blijven over de mensen die zeggen: Er is wel een God, maar elke godsdienst is een eigen weg tot de ene God. Deze mensen stralen mildheid uit en lijken een wijze voorzichtigheid te hanteren. Zij verklaren niet dat zeker 95 procent van de mensen het verkeerd ziet. Nee, zij aanvaarden iedereen. Op zich is dat een deugd die in het leven een belangrijke opbouwende taak vervult.

 

Voor de rest van dit artikel zie de onderstaande link:

http://www.refdag.nl/artikel/1473147/Niet+arrogant+om+naar+God+te+luisteren.html