Enquête
Laatste Artikelen
- Jonge-aarde-scheppingsmodel: Een recente ontwikkeling?
- Ark Encounter Project van Answers in Genesis
- Conferentie ‘Exploring the World’ (1)
- Prof. Dr. Frans van Lunteren over Galilei
- Conferentie 'Exploring the World'
- Zeldzaam fossiel vliegende dinosauriër gevonden
- Kamer Herodes in theater blootgelegd
- Vliegende dino deed aan polsstokspringen
- Boekrecensie van Het grote ontwerp
- Boekrecensie van Nieuw atheïsme
Doneren
| Spreekt de Catechismus over een schepping van zes dagen? |
|
|
|
|
De Heidelbergse Catechismus, die in 1563 werd opgesteld door Caspar Olevianus (1536-1587) en Zacharias Ursinus (1534-1583), is al enkele eeuwen van belang voor de gereformeerde religie. In kerken, maar ook op scholen, wordt hieruit onderwezen. Deze Catechismus brengt de laatste tijd ook wat beroering met zich mee. Verschillende theïstische evolutionisten gebruiken het als argument tegen het scheppingsmodel van zes dagen. Een voorbeeld is de volgende uitspraak van de theïstische evolutionist Van den Brink: “Ik ben grootgebracht in de gereformeerde traditie, met de Heidelbergse Catechismus bijvoorbeeld. En het is zo interessant: als je die leest, op het punt van het geloof in God de Schepper, dan lees je niet één woord over 6 dagen en 24 uur. Je leest in schone bewoordingen over God als de eeuwige Vader van Jezus Christus, Die ons heeft geschapen en Zijn werk nog steeds onderhoudt. Dát is het hart van het christelijk geloof in de goddelijke schepping - volgens de Heidelbergse Catechismus. En dat is de manier waarop ik ben grootgebracht. Dat behoort tot de orthodoxie. Dát moet je geloven om een christen te zijn.” [1] Er zou eventueel nog meer te citeren zijn, maar voor nu volstaat dit. Uiteraard is Gijsbert van den Brink niet de enige die dit zegt. Als je op een willekeurige zoekmachine iets in deze strekking typt dan zie je dat er verschillende mensen zo denken. Daarom lijkt het goed om deze gedachte eens nader uit te diepen en te weerleggen. Allereerst kijken we naar wat de Catechismus zegt over schepping. Daarna zullen we de verklaring van een van de schrijvers van de Catechismus uitdiepen (Zacharias Ursinus). Zoals het woord verklaring al aangeeft, wordt daarin de bedoeling of strekking van de onderwerpen uit de Heidelbergse Catechismus toegelicht. We zullen merken dat de mensen die iets als hierboven beweren hun huiswerk beter moeten doen!
Wat zegt de Catechismus over schepping? Hieronder ga ik de tekstpassages na uit de Heidelbergse Catechismus die handelen over de schepping. Vraag zes van de Catechismus is de eerste vraag die daarover gaat. Hieronder volgen vraag en antwoord: Vraag: Heeft dan God den mens alzo boos en verkeerd geschapen? Antwoord: Neen Hij; maar God heeft den mens goed en naar zijn evenbeeld geschapen, dat is in ware gerechtigheid en heiligheid, opdat hij zijn schepper recht kennen, Hem van harte liefhebben en met Hem in de eeuwige zaligheid leven zou, om Hem te loven en te prijzen.
In vraag negen staat in het antwoord ook wat over schepping van de mens.
Vraag: Doet dan God den mens niet onrecht, dat Hij in Zijn wet van hem eist wat hij niet doen kan? Antwoord: Neen Hij; want God heeft den mens alzo geschapen dat hij dat kon doen; maar de mens heeft zichzelven en al zijn nakomelingen door het ingeven des duivels en door moedwillige ongehoorzaamheid van deze gaven beroofd.
In vraag 26 handelt de Catechismus ook over de schepping. De vraag met het antwoord hieronder:
Vraag: Wat gelooft gij met deze woorden: Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde? Antwoord: Dat de eeuwige Vader onzes Heeren Jezus Christus, die hemel en aarde, met al wat daarin is , uit niet geschapen heeft, die ook door Zijn eeuwigen raad en voorzienigheid ze nog onderhoudt en regeert, om Zijns Zoons Christus’ wil mijn God en mijn Vader is, op Welken ik alzo vertrouw, dat ik niet twijfel of Hij zal mij met alle nooddruft (behoefte) des lichaams en der ziel verzorgen, en ook al het kwaad dat Hij mij in dit jammerdal toeschikt, mij ten beste keren; dewijl Hij zulks doen kan als een almachtig God, en ook doen wil als een getrouw Vader.
In vraag 92 van de Catechismus beginnen de Tien Geboden. Deze geboden zijn zoals we kunnen lezen in Exodus door God zelf ingesteld. Het vierde gebod spreekt over schepping. Hieronder het vierde gebod:
Gedenk den sabbatdag, dat gij dien heiligt. Zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat des HEEREN uws Gods; dan zult gij geen werk doen, gij, noch uw zoon, noch uw dochter, noch uw dienstknecht, noch uw dienstmaagd, noch uw vee, noch uw vreemdeling, die in uw poorten is. Want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag en heiligde dezelven.
We zoeken gelijk de verklaring van de Heidelbergse Catechismus op. Hieronder vraag en antwoord 103:
Vraag: Wat gebiedt God in het vierde gebod? Antwoord: Eerstelijk dat de kerkendienst, of het predikambt en de scholen onderhouden worden, en dat ik, inzonderheid op den sabbat, dat is op den rustdag, tot de gemeente Gods naarstiglijk (ijverig) kome, om Gods Woord te horen, de Sacramenten te gebruiken, God den Heere openlijk aan te roepen, en den armen Christelijke handreiking (ondersteuning) te doen; ten andere dat ik al de dagen mijns levens van mijn boze werken ruste, den Heere door Zijn Geest in mij werken late, en alzo den eeuwigen sabbat in dit leven aanvange.
Kortom: In eerste instantie lijkt het of mensen die beweren dat God de aarde niet in zes dagen geschapen heeft, en hiervoor putten uit de Catechismus, een punt hebben. Alhoewel de Catechismus niet spreekt over zes dagen, verwerpt hij ook niet dat God de aarde in zes dagen geschapen heeft. Al haalt de Catechismus duidelijk de Tien Geboden aan waar staat dat God de Hemel en de aarde in zes dagen gemaakt heeft en op de zevende dag rustte. Mogelijk vonden de opstellers van de Catechismus andere zaken van belang dan wat in onze tijd actueel is. We merken dat de Catechismus vooral een hand biedt aan mensen die een verklaring van geloofszaken nodig hebben. Het belangrijkste van het geloof is toch immers, dat je gelooft in je verlossing.
We zullen hieronder bespreken wat de verklaring van medeopsteller Zacharias Ursinus over de bovenstaande vragen zegt. We zullen niet de hele verklaring behandelen, maar we zullen in het bijzonder kijken naar de zes scheppingsdagen en de zevende rustdag.
Wat zegt de verklaring van Zacharias Ursinus over de schepping in zes dagen, al dan niet van 24 uur?
De eerste vraag die we besproken hebben en die handelt over schepping was vraag zes van de Catechismus. Hieronder citaten van Zacharias Ursinus over de zes dagen:
“Hoedanig nu de mens door God in den beginne geschapen is, wordt in antwoord 6 aangegeven, waarin geleerd wordt, dat God den mens goed en naar Zijn evenbeeld geschapen heeft, enz. Dit zullen wij iets breedvoeriger uitleggen. De mens die door God op de zesde scheppingsdag is voortgebracht, volgens Gen. 1 en 2, is naar het lichaam uit de aarde; en hij was onsterfelijk, indien hij in de gerechtigheid (staande) gebleven, doch sterfelijk, nu hij daarvan afgeweken was.”[2]
De verklaring gaat meer in op het beeld Gods [3]. We zien nu al dat Zacharias Ursinus zonder twijfel zegt dat de mens op de zesde dag geschapen is en dat dit staat in Genesis 1 en 2. Waarschijnlijk (maar dat is eigen inleg) ziet hij dit als vaststaand feit. We gaan verder kijken. De volgende vraag die handelt over schepping is vraag negen. De verklaring bij deze vraag is kort. Het spreekt niet over zes dagen. Dan gaan we gelijk door naar de volgende vraag. Dit was vraag 26. Wat mij opvalt is dat de verklaring van Ursinus erg krachtig spreekt over de tijd van schepping en hoe de wereld geschapen is. Hieronder de citaten wanneer de verklaring spreekt over zesdaagse schepping:
“De werken van God worden vooral in vijf soorten verdeeld. 1. De werken der schepping, die volgens het eerste boek van Mozes, in zes dagen volbracht zijn. (…)”[4]
“Bedoeld zijn: scheppingsdagen, en wel de vijf eerste in onderscheiding van de zesde dag, waarop de mens geschapen werd.”[5]
“Niet haastig of in een ogenblik tijds, maar in zes dagen, Gen. 2:2: “Als nu God op den zevenden dag volbracht had Zijn Werk wat Hij gemaakt had”. Waarom niet in een ogenblik? 1. Omdat God gewild heeft, dat de schepping der materie duidelijk onderscheiden zou kunnen worden van de formering van de andere dingen, die daaruit zouden bestaan. 2. Hij heeft Zijn macht en vrijheid willen betonen, om voort te brengen hetgeen Hij wil, zelfs zonder natuurlijke oorzaken. Bij voorbeeld, als Hij het licht in de wereld brengt, de aarde vruchtbaar maakt en spruiten daaruit verwekt, nog voordat de zon en maan geschapen waren. 3. Hij heeft Zijn goedheid en voorzienigheid willen betonen, waardoor Hij Zijn schepselen onderhoudt, en hen , zelfs toen ze er nog niet waren, al verzorgt; zoals Hij ook alle mensen en dieren pas in de wereld inleidde, toen ze reeds van vruchten en geschikt voedsel voorzien was. 4. Hij heeft ons door deze scheppings-orde niet willen brengen tot een oppervlakkige, maar tot een ijverige overdenking van Zijn werken, welke overdenking Hij ook voor het ganse menselijke geslacht, door de inzetting van de Sabbat, geheiligd heeft.”[6] We zien duidelijk dat de strijd die toen gevoerd werd als vraag had: Als God almachtig was waarom deed Hij dat dan niet in een ogenblik? Toen had men de lange periodes schijnbaar nog niet nodig. De verklaring is duidelijk: "In zes dagen heeft God de hemel en de aarde geschapen." Waarom in zes dagen? Dat zie je hierboven. Wat mij nog opviel en wat zeker waard is om te vermelden is iets wat de verklaarders aanhalen inzake de leeftijd van de aarde. Hieronder hun citaat: “Niet van eeuwigheid, maar in de tijd, of in het begin des tijds, Gen. 1:1: In den beginne schiep God den hemel en de aarde, te weten voor 5534 jaren, zoals Melanchthon uitrekende in het jaar 1571. Want volgens de berekening van Melanchthon zijn er van de schepping van de wereld tot de geboorte van Christus 3963 jaren. Volgens die van Luther 3960 jaar. Volgens die van Geneve 3943 jaar. Volgens die van Beroaldus 3929 jaar. Dus heeft de wereld volgens Melanchthon in het jaar 1571, 5534 jaar bestaan; volgens Luther 5531, volgens die van Geneve 5514, en volgens Beroaldus 5500 jaar. Deze berekening komen voldoende overeen, wat het hogere getal (5500) betreft, ook al bestaat er verschil van mening inzake het lagere getal. Daarom is het duidelijk, dat de wereld toen ten hoogste niet meer dan ongeveer 5534 jaar geleden door God geschapen werd. Zo blijkt dan, dat ze niet van eeuwigheid er is.”[7] Moeten we nog doorgaan? Eigenlijk hebben w hiermee al voldoende aangetoond we gaan ermee verder, om zo een goed beeld te krijgen van wat Ursinus de medeopsteller van de Catechismus zegt. De volgende vraag die we behandelen is de verklaring van de Tien Geboden en dan het vierde gebod. In vraag 103 wordt deze verklaard. Hieronder wat de verklaring van Ursinus zegt: “De reden waarom dit gebod ingesteld is, is: “Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt”, enz. Deze reden is ontleend aan het voorbeeld van God, Die na het werken van zes dagen, op de zevende dag der schepping gerust heeft. Daarom behoort ze eigenlijk tot de omstandigheid van die zevende dag, of tot het tweede deel van het gebod, dat tot de wet der ceremoniën behoort. Maar de navolging der rust, waartoe God ons uitnodigt, gaat niet alleen de ceremoniën aan, die tot de Joden behoren, maar is ook geestelijk, en raakt de wet der zeden, door de ceremoniën betekend, en strekt zich tot alle mensen uit.”[8] “Wat de verdere verplichting aangaat: er was met de sabbat iets bijzonders. Want ze was niet pas door Mozes aan de Israëlieten, maar van het begin der wereld af door God aan alle mensen bevolen (Gen. 2:2v).”[9] “Want in zes dagen heeft den HEERE den hemel en de aarde gemaakt’, enz. De reden van het gebod, ontleend aan de rust van God, behoort tot het tweede deel van het gebod, dat – zoals al eerder gezegd is – de wet der ceremoniën aangaat inzake de zevende dag. En Hij rustte ten zevenden dage”, d.w.z. Hij hield op, om nieuwe delen van de wereld te scheppen, aangezien die nu volmaakt was, en van dien aard als God haar hebben wilde. Deze dag is door God geheiligd, tot de dienst van God. 1. Opdat Hij door het voorbeeld van Zijn rust, als door een zeer krachtige reden, de mensen zou opwkken om Hem na te volgen, om de werken, die zij zes dagen plachten te doen, op de zevende dag na te laten. 2. Opdat deze rust van de zevende dag eraan zou herinneren, dat de schepping door God volkomen volmaakt was; en dat de gedurige onderhouding en regering van Zijn werken op die dag voortaan onderhouden wordt tot Zijn eer en tot zaligheid van de uitverkorenen; en opdat deze dag dus een prikkel zou zijn , om op te merken en groot te maken de werken en weldaden van God jegens het menselijke geslacht, om diens wil alle andere dingen door God geschapen zijn en onderhouden worden.”[10] “Sabbat komt van het Hebreeuwse woord schabbath, Schebbeth en Schabbathon, d.w.z. ophouden, rust en ledig-zijn van werken en arbeid. Zo heeft God de heilige dag, die Hij publiek tot Zijn dienst verondend heeft genoemd: 1. Omdat Hij na de werken van zes dagen gerust heeft, en opgehouden is om nieuwe soorten te scheppen; maar niet, om de geschapen dingen te onderhouden en uit te breiden door een gedurige generatie, van elk ding in het bijzonder.”[11] “De Sabbat der dagen; zoals daar was de zevende dag der week, die eigenlijk de naam sabbat gehad heeft vanwege de rust, die God hield van de schepping der wereld, en vanwege de rust, die het volk van God op die dag houden moest.”[12] Het lijkt me na deze citaten duidelijk wat de verklaarder wil zeggen. God schiep de aarde in zes dagen. Na het lezen van de verklaring van de laatste vraag die wij genoemd hebben blijkt duidelijk dat God de wereld in zes dagen geschapen heeft. Het doel daarvan is ook duidelijk: om ons als voorbeeld te dienen: Zes dagen werken, de zevende dag rusten. Nu een korte reactie op het citaat van Gijsbert van den Brink. Hieronder wordt deze nog een keer geciteerd: “Ik ben grootgebracht in de gereformeerde traditie, met de Heidelbergse Catechismus bijvoorbeeld. En het is zo interessant: als je die leest, op het punt van het geloof in God de Schepper, dan lees je niet één woord over 6 dagen en 24 uur. Je leest in schone bewoordingen over God als de eeuwige Vader van Jezus Christus, Die ons heeft geschapen en Zijn werk nog steeds onderhoudt. Dát is het hart van het christelijk geloof in de goddelijke schepping - volgens de Heidelbergse Catechismus. En dat is de manier waarop ik ben grootgebracht. Dat behoort tot de orthodoxie. Dát moet je geloven om een christen te zijn.” Het is aan de lezer te oordelen of deze man zijn huiswerk goed gedaan heeft. In directe zin heeft deze man gelijk, al haalt de Catechismus wel het vierde gebod aan. Maar indirect heeft deze man ongelijk. Je moet niet alleen de Catechismus nemen, maar ook de uitleg erbij. Dan begrijp je tenminste echt wat je leest. Als je in het schatboek van Zacharias Ursinus (medeopsteller!) kijkt dan zie je dat deze man wel degelijk over 6 dagen praat. Of deze dagen en 24 uur waren daar spreekt hij niet over. Waarschijnlijk is dat ook geen issue. Het zou kunnen zijn 23,7 of misschien wat anders. Maar wel zes dagen. Een dag kan mijns inziens nooit een miljoen jaar zijn. Een dag diende als voorbeeld. Om net als God ook te werken in zes dagen en de zevende dag te rusten. Ook blijkt duidelijk uit de verklaring dat deze geen miljoenen jaren voorschrijft maar ongeveer 5534 jaar geleden (in die tijd). Tot slot wil ik teksten uit de Bijbel aanhalen waaruit Zacharias Ursinus en Caspar Olevianus de Heidelbergse Catechismus opgesteld hebben. En dit vooral in het kader van de hiervoor genoemde vragen.
Vraag 6: Gen. 1:31, Deut. 32:4, Gen. 4:26, Pred.7:29[13] Vraag 9: Matth. 18:23, Luk. 17:10, Rom. 3:5, Gen. 1:27, Ef. 4:24 [14] Vraag 26: Ps. 33:6, Gen 1 en 2, Job 33:4, Job 36 en 38, Ps. 36, Hand. 4:24, Ex 20:11, Hand. 14:15, Jes. 45:6, Joh. 1:3 [15] Vraag 103: Verder geen verwijsteksten van belang.
Conclusie:
Het is aan de lezer om te beoordelen of de Catechismus-verklaring van Zacharias Ursinus duidelijk spreekt over zes dagen schepping en de zevende dag rust. We hebben geen verklaring van Caspar Olevianus kunnen vinden. Daarin zouden wij ons huiswerk misschien wat moeten bijstellen. Maar ik verwacht van niet. Als 2 opstellers van eenzelfde Catechismus zullen ze best consensus gehad hebben over de leer. Als deze verklaring er wel is houden we ons aanbevolen om deze titel doorgestuurd te krijgen, zodat wij ook deze studie kunnen bekijken.
[2] Zacharias Ursinus, Het schatboek der verklaringen van de Heidelbergse Catechismus, deel 1, Den Hertog, Houten, 2008 (vijfde druk), blz. 39 [3] Met het beeld Gods bedoelen we: naar Gods evenbeeld (lijkend op God) [4] Idem, blz. 188 [5] Idem, blz. 192 [6] Idem, blz. 193 [7] Idem, blz. 193 [8] Zacharias Ursinus, Het schatboek der verklaringen van de Heidelbergse Catechismus, deel 2, Den Hertog, Houten, 2008 (vijfde druk), blz. 329 [9] Idem, blz. 331 [10] Idem, blz. 332 [11] Idem, blz. 333 [12] Idem, blz. 334 [13] Zacharias Ursinus, Het schatboek der verklaringen van de Heidelbergse Catechismus, deel 1, Den Hertog, Houten, 2008 (vijfde druk), blz. 38 [14] Idem, blz. 88 [15] Idem, blz. 184
|




