Home Artikelen Theologie Theologie en het Bijbels ontstaansmodel Theologie kan niet om creationisme heen
Theologie kan niet om creationisme heen PDF Afdrukken E-mail

„Ook wat het ontstaan van het licht betreft, schiet de Schrift onze zwak heid te hulp." 

Dr. H. van de Belt schreef zaterdag in het katern Accent d.d. 23 juni een artikel over het creationisme naar aanleiding van een rapport van de Raad van Europa. Hans Reinders pleit ervoor het creationistisch denken niet naar de marge te laten dringen.

Terecht merkt dr. H. van de Belt op (Accent van zaterdag 23 juni) dat er enig verschil is tussen het creationisme en de gereformeerde theologie. Het creationisme is toch meer op zoek naar bewijzen van buitenaf, terwijl de gereformeerde theologie meer zoekt naar bewijzen van binnenuit, gewerkt door de Heilige Geest.

 

 

Toch kan de gereformeerde theologie niet heen om de visie van het creationisme, wil zij theologie blijven in de volle breedte en niet verwezen worden naar de bijgebouwen van de universiteiten. We moeten dan ook niet de oplossing zoeken in een versmalde theologie waarbij alleen de kerk wordt gezien als de plaats waar God werkt en de aarde de plaats is waar de natuurwetenschappen heersen. Bovendien: wie een vrije ruimte creëert voor de huidige wetenschap, seculariseert, en dat is nu net waaraan veel gereformeerden zich onbedoeld schuldig maken.

Het is dan ook heel calvinistisch om de eer van God te zoeken in de breedte, in de natuur. Evolutie rooft die eer weg.  Zeker voor jongeren die studeren vormen de resultaten van het creationisme een goed tegenweer en tegenoffensief tegen de evolutietheorie, die in bijkans elke wetenschap, vooral als deze verbonden is met natuur en mens, is doorgedrongen als een onopgeefbaar axioma. Om een voorbeeld te geven van zo’n tegenoffensief: men kan binnen de huidige wetenschap de ouderdom van de aarde via de C14-methode bepalen. Men kan erop wijzen dat deze methode kan falen. Dit zal dan bewezen moeten worden. Tegelijkertijd kan erop gewezen worden dat de aarde die nu is, anders is dan die van de schepping. In 2 Petrus 2:5 staat dat God de oude wereld niet heeft gespaard. In 2 Petrus 3:5-6 staat dat de wereld vergaan is door het water van de zondvloed. Deze teksten laten zien dat de zondvloed een grote catastrofe is geweest die zijn weerga niet kent. Kortom, deze catastrofe heeft -dit is redelijk plausibel- gezorgd voor de hoge ouderdom van de aarde.  

Ook wat het ontstaan van het licht betreft, schiet de Schrift onze zwakheid te hulp. Zo lezen we dat God op lumineuze wijze eerst het licht zelf heeft gemaakt en daarna pas de lichtdragers (zon en maan). De lichtafstand is dan een ander verhaal. Het licht was er opeens. En God zei: Daar zij licht. De lichtdragers zorgen slechts voor het vervolg. Meteen de eerste les natuurkunde: de natuurwetten continueren Gods scheppende werk. Dit is vergelijkbaar met de automatisch piloot. De seculiere wetenschap begint met de lichtdragers, de oorzaak van het licht, en bestudeert alleen de automatische piloot. De Bijbel begint bij de Veroorzaker van het licht: God. Hoewel Genesis 1 en 2 geen natuurwetenschappelijke beschrijving geven van de schepping, is het wel een onopgeefbaar grondbeginsel voor een christenwetenschapper. Tot slot: schepping en herschepping komen uit dezelfde Hand. Daarom is de visie ”de aarde als schepping” onopgeefbaar, niet alleen als een kerkelijk geloofsartikel. Deze opvatting dient ook extern uitgedragen te worden op wetenschappelijk niveau. De aarde is de plaats waar Gods eer moet zijn. Eens, als de doden zullen opstaan en de aarde geheel nieuw zal zijn, zal dit volkomen het geval zijn. Deze visie moet dan ook uitgedragen worden met heel het hart en heel het verstand. Het creationisme biedt daarbij een goede handreiking. 

De auteur van dit Artikel studeert theologie in Utrecht

(bron Reformatorisch Dagblad d.d. 26-06-2008)