Home Artikelen Theologie Theologen en Darwin Onder de hypnose van het Evolutie-dogma
Onder de hypnose van het Evolutie-dogma PDF Afdrukken E-mail

WEESP – „Onze negentiende eeuw sterft weg onder de hypnose van het Evolutie-dogma”, luidt de beroemde openingszin van de rede waarmee Abraham Kuyper op 20 oktober 1899 het rectoraat van de Vrije Universiteit overdroeg aan D. P. D. Fabius.

Negenennegentig procent van de lezers is echter niet verder gekomen dan die eerste zin, stelt oud-VU-bioloog prof. dr. J. Lever in het jongste nummer van het CSFR-reünistenblad Wapenveld. „Want daarna wordt het voor gewone mensen te moeilijk.”

De inmiddels 86-jarige Lever publiceerde in 1956 zijn boek ”Creatie en evolutie”. Daarin neemt hij afstand van een „letterlijke” lezing van Genesis 1-3. Het boek riep in christelijke kring fel verzet op, maar ook bewondering. In Wapenveld zegt Lever trouw te hebben willen blijven aan de oorspronkelijke intentie van de oprichter van de VU, de grote gereformeerde voorman Abraham Kuyper. In dat kader noemt hij ook diens rede uit 1899 (te lezen op onder andere de website van het Centrum voor Bijbelonderzoek in Veenendaal). „Men denkt dat Kuyper tegen de evolutie was, maar in die rede zet hij juist uiteen dat er mogelijk wel evolutie geweest is, mits God maar de Schepper blijft.”

Beweeglijk
Wat is waarheid? Dat is bij Kuyper niet altijd zo gemakkelijk vast te stellen, zegt dr. J. Vree, die in 2006 afscheid nam als universitair docent kerkgeschiedenis aan de VU. De gereformeerde predikant publiceerde over Kuypers denken op dit punt in de bundels ”Abraham Kuyper: vast en veranderlijk” en ”Protestants Nederland tussen tijd en eeuwigheid”.

„Ik zal één voorbeeld geven”, zegt hij. „In zijn boek ”Het werk van de Heilige Geest” uit 1888 schrijft Kuyper: „Het scheppingsverhaal is dus volstrekt geen mythe, maar geschiedenis. Het is geschied gelijk het daar staat.” Hier is hij dus heel stellig. Maar zes jaar later waarschuwt hij er, in zijn ”Encyclopaedie der heilige godgeleerdheid”, voor om conflicten tussen de verschillende takken van wetenschap niet te overdrijven. Als concreet voorbeeld noemt hij dan dat hij het persoonlijk niet nodig acht „geen langere existentie dan van 6000 jaren voor onze aarde te vindiceeren (op te eisen, AdH); immers wat de Schrift hieraangaande leert, staat exegetisch nog op verre na niet vast.” Hij laat dus ruimte voor de mogelijkheid dat de aarde ouder is dan 6000 jaar.”

Dr. Vree: „Bij Kuyper hangt het er soms sterk van af: wanneer zegt hij iets, en waar? In zijn rectoraatsrede uit 1899 uit hij zich kritisch over „onzen Eugen Dubois”, die in 1894 op Java een skelet „van den Pithecanthropus erectus” had uitgegraven. Volgens Kuyper vult deze vondst de „leemte in het bewijs” voor de gedachte dat de mens van de aap afstamt „allerminst aan.””

Echter, zegt de kerkhistoricus uit Weesp, „in de jaren dat hij minister-president en minister van Binnenlandse Zaken is en verantwoordelijk voor het wetenschappelijk onderwijs, moet Kuyper prof. Dubois een keer hebben uitgenodigd voor nóg een expeditie naar Java. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik hier in Kuypers archief nooit enig bewijs voor heb gevonden. Mijn zegsman is dr. W. J. Aalders, die dit in 1921 schreef. Het zou kunnen dat Kuypers correspondentie met prof. Dubois in de archieven van het ministerie van Binnenlandse Zaken te vinden is.”

Feit is dat Kuyper het in 1899, bij de overdracht van het rectoraat van ‘zijn’ VU, zijn „roeping” achtte zijn stem te verheffen tegen het „Evolutie-dogma.” Daartegenover plaatste hij een ánder beginsel: dat van de „palingenesie” (wedergeboorte). Kuyper: „Christelijke religie en Evolutie-leer zijn twee over en weer elkaar uitsluitende systemata. Antipoden tusschen welke noch zoen noch vergelijk denkbaar is.”

Voor de rest van dit artikel zie de onderstaande link:
http://www.refdag.nl/artikel/1405700/Onder+de+hypnose+van+het+Evolutiedogma.html